‘Uit Huizen en mijn dochter uit Hilversum.’
Oh?
‘Ik heb daar onlangs iets met mijn vriend gekocht.’
Ah. En nu ongeveer halverwege een lunch?
‘Ik wilde mijn dochter verrassen met iets lekkers.’
Is dat gelukt?
‘Heerlijk!’

‘Uit Huizen en mijn dochter uit Hilversum.’
Oh?
‘Ik heb daar onlangs iets met mijn vriend gekocht.’
Ah. En nu ongeveer halverwege een lunch?
‘Ik wilde mijn dochter verrassen met iets lekkers.’
Is dat gelukt?
‘Heerlijk!’
