Humans in Blaricum (50)

‘Uit Huizen.’
Valt hier wat te smeden?
‘Even bij de ijzerhandel wat busjes halen.’
Maak je ook tuinhekken?
‘Nee, die juist niet. Wel stoer smeedwerk
dat je aan iemand cadeau kunt doen.’
En verder?
‘Ik geef ook workshops en cursussen en
bijeenkomsten voor teambuilding.’
Dat spreekt zakenmensen aan?
‘Zeker. Met elkaar écht iets smeden, waar ook nog ‘s
de vonken vanaf vliegen … dat willen ze allemaal.’
Info over workshops hier.

Humans in Blaricum (48)

‘Uut Venlooh, hè.’
Even hier stappen?
‘Nee, we zijn op de terugreis.’
Waar vandaan?
‘We zijn op de Volendammer kermis weest, hè.’
Vandaar al die zonnebrillen?
‘Haha …’
Is er nog iemand verloofd geraakt?
‘Nee, maar er komt wel een scheiding.’
Oh, wie?
‘Haha …’

Humans in Blaricum (47)

‘Uit Delfgaauw.’
Bent in hier in cognito?
‘Nee, we doen de vossenjacht.’
En u dacht, ik ga als majesteit?
‘Ach, toeval. Ik had ook als heks kunnen gaan.’
Bent u in het dagelijks leven wel hekserig?
‘Nee hoor! We hebben twee jonge kinderen
en ik doe nu de PABO.’
Nu?
‘Ik ben twee jaar geleden uit de zorg wegbezuinigd.’

Humans in Blaricum (45)

‘Uut Sittard.’
Familie van elkaar?
‘We zijn vriendinnen hè, en zij [links]
heeft voor d’r verjaardag van mij
een dagje uit gekregen.’
En dat was?
‘Bij Gordon wezen lunchen, hè.’
Was hij er?
‘Ja hoor, helemaal hè!’
Hoe is ‘ie, in het echt?
‘Gevoelig, hè. En echt echter dan op tv – echt wel.’
En nu?
‘Met de HOP-taxi naar Hilversum en
dan de trein in – met assistentie – en dan
zijn we om kwart over zeven thuis, hè.’

Humans in Blaricum (43)

‘Uit Rosmalen en Almere.’
Even melden …?
‘… dat we er zijn. En vragen waar zij blijven.’
Wat was dat net met het parkeren?
‘Ja, zeg!’
Ja, wat?
‘Mensen hebben tegenwoordig geen geduld meer.
We mogen toch wel even op de borden kijken?!’
Tja, en nu?
‘We gaan lunchen.’
Bij eh …?
‘Haha, ja precies!’