‘Uut Sittard.’
Familie van elkaar?
‘We zijn vriendinnen hè, en zij [links]
heeft voor d’r verjaardag van mij
een dagje uit gekregen.’
En dat was?
‘Bij Gordon wezen lunchen, hè.’
Was hij er?
‘Ja hoor, helemaal hè!’
Hoe is ‘ie, in het echt?
‘Gevoelig, hè. En echt echter dan op tv – echt wel.’
En nu?
‘Met de HOP-taxi naar Hilversum en
dan de trein in – met assistentie – en dan
zijn we om kwart over zeven thuis, hè.’

