Gedicht

Als de vinger van het verlichte huis
gelijk een zomerdag het duin bestrijkt
staat zij doodstil in het schelpengruis
verblind door wat haar ongezien bereikt.

Hij is de nacht die zwijgend draait
om de aarde als een zilveren god
die in een flits zijn sterren zaait
zij gilt maar hoort niet eens het schot.

De dunne wind schuift schraal naar noord
een meeuw doorstreept de lege lucht
ziet scherp het dode van de andere soort
en vleugelt verder op zijn eigen vlucht.

Een gedachte over “Gedicht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *