Gedicht: Herrijzenis

Het schemert al wat jaren
maar bij de zwarte engelen
brandt het licht nog niet.
’t Geheugen zwaar te moede
ooit erewacht van mijn bestaan
huilt – onzeker of het hoopt
op toch nog een verhaal of
de streling van een vleugelslag.

Wie goed de tranen leest, weet
wat immer woonde in mijn hart.
Uit de verte klinkt dun en
eindeloos de laatste zang van
de stervende vogel des doods.
De schilder zet een herrijzenis op
en dan sterf ik om te leven
omdat mijn liefde eeuwig is.

Mahler 2

Gedicht

Stilte

Iets komt in onhoorbaarheid

geen gerucht, geen spoor van licht.

De zon blijft maar zonder lach

wordt de stilte nog stiller.

 

Uit dit oneindige net niet lege niets

ontstaat met een onbestemdheid

onbegrepen traag een minimaal anders-zijn.

Een trilling, een warmte, stilaan een ritme

dat natuurlijk altijd al immanent was.

 

Het klopt – zo bepaalt de natuur

waarin het gebeurt – het klopt.

Zij moeder weet de hele wereld opnieuw

ook in de dunne adem van de stilte

die zacht verdergaat met leven maken.