Oog op Blaricum

15 januari 2018

Gedicht

Filed under: gedicht — Oog op Blaricum @ 11:46

Je bent een werkelijkheid gaan dromen

in het bestaan dat niet te vermijden was.

Gesprekken voer je nu vaak met muren

aan de spiegel hangt een lach vol stof.

Als de bel gaat voel je altijd oude tranen,

als de wind vlaagt knijpt je keel zich dicht,

als je een mens ziet, denk je toch aan hem.

 

Was ik maar een vogel, dacht je gisteren

toen moest je glimlachen en nam je wijn.

‘s Avonds laat sloeg het herbeleven toe –

dat je jarenlang zijn mooiste leeuwin was

je plaats verloren had door dat dromen.

De leegte was gevolgd door diepe pijn

uitgekomen op een stille eenzaamheid.

 

Grijp de laatste zonnestraal, mijn lief –

de laatste! Er zit gewoon geluk aan vast.

Ontstijg wat jou nu knecht en ketent

sla af de angsten en die zwarte dromen

luister naar de lach die al eerder klonk.

Stijg op, word vogel en vlieg vrolijk naar

de tak bij de lach en koester je in de zon.

13 december 2017

De kern

Filed under: gedicht,straatbeeld — Oog op Blaricum @ 16:18

De kern van ons zijn niet
het schreeuwen van kleuren
niet de geur van luxe-beurzen
noch de sterren aan de bar
of die in de keuken –

het is de oneindige schoonheid
die zich in stilte neer laat leggen
over alles – zonder aanziens
van het wat, het hoe en wie,
de verbeelding van wat altijd
en overal onaanraakbaar is.

Groter hier.

16 november 2017

Gedicht

Filed under: gedicht — Oog op Blaricum @ 12:17

Met domheid doortrokken ogen
de mond vol meel en tongen die
gelijk Judas en Jakobus heersen,
als adelaars die feiten moorden
in bizarre uniforme onnozelheid.

Handen tot gestompte klauwen
gestoken in verraderlijk fluweel;
de oren die naar anderen hangen
voeten vergiftigd in het hoofdveld
en blauw gekalkt het schedeldak.

Vol vileine verbindingen zijn zij
gehuld in die vale huid van recht
het misbruik stulpt uit alle gaten.
Vernederd is ‘t stemmend vee dat
elke week weer meer vervreemdt.

Dat de domheid zo kan doorregeren,
zo verdoemd beschadigend blijft zijn.
Doe me één reden God, eentje maar
waarom ik hier niet mag verbrijzelen
uit naam van de Vierde Korenbloem.

11 november 2017

Gedicht

Filed under: gedicht — Oog op Blaricum @ 16:59

Van de bomen behangen nog
met wilde dromen uit de zomer
met kleine schreeuwen over
voorbije tijden en de herfst
die het raggelzwarte van de
nieuwe dood te somber vindt;

die bomen die onze gedachten
ademen maar niet begrijpen
– en wijzelf die, als we kijken
denken dat we alles weten
waarom zo’n kroon verschiet
maar niet weten wat sterven is;

die bomen komen sterk weerom
groen dan, fris en soepel jong
met een allengs verzwarende
schaduwstem waarin uw angst
om verloren zinnen rondwaart
als blad dat onherroepelijk valt.

10 november 2017

Gedicht – ook voor Appeltaart-Jacques (vandaag 59)

Filed under: gedicht — Oog op Blaricum @ 09:28

Iedereen predikt verbindingen, verbonden zijn

de kermispastoor, de museumdirecteur, de ster,

de goeroe, de makelaar, de Passion en het boek.

 

De mens slurpt hun preken met grote gulzigheid

door het wegvallen van het geloof, de grote verhalen,

de zuilen, het vertrouwen in wat dan ook, de hoop.

 

Niet verbonden zijn – niet verbonden wíllen zijn

is ongezellig, trieste eenzaamheid, een tekort,

of zelfs niet oké, de dreiging van een lone wolf.

 

Verbindingen – ze trekken de mens meer en meer

naar de oververbinding: social media, netwerken,

misleiding, stille dwang en vileine onderdrukking.

 

Verbindingen – in feite zijn het verplichtingen, of

geniepige dictaten die handen en gedachten binden,

de middelmaat maken, het unieke graag kleineren.

 

Erger nog: verbindingen hollen tere geesten uit,

laten meningen verdampen, maken mensen voos;

leiden tot hedonisme, consumentisme, massificatie.

 

Verbindingen zijn geen verrijkers maar verslavers;

terwijl zelfstandigheid en ongebondenheid zo lang

de mens bestaat basis zijn voor kracht en samengaan.

 

In alle tijden leeft de onverbondene rijk aan liefde,

wijsheid, mededogen; bescheiden met een kennen

en respecteren van de wereld – een geest in vrijheid.

16 oktober 2017

Gedicht

Filed under: gedicht — Oog op Blaricum @ 10:29

Vanuit de bomen kwam het vuile kwaad
het noodweer was fel maar vergeefs
een laatste regendrup beroerde het gezicht
en toen was het alsof de wind ontdaan
door de waarheid het bos uit woei – weg
naar een sloot die van niets wilde weten en
langs de vogelsnavel die met haar schreeuw
een hoek trok uit het grauwe wolkendek
zodat het ooit gedoofde licht zijn prooi
door kon slepen naar ’t duivelse polderpad.

Niets
kan zeggen wat de harten schreeuwen
van jou, van zovelen – over dit verdriet

niets
maakt het om door te schrijven te zeggen
wat niet anders kan: we krijgen je niet terug.

Maar het zal de wind zijn – overal, altijd –
die uiteindelijk wil herenigen
door fluisterend soms stil van zichzelf
te zeggen: hier – hier is ze
raak me aan, raak haar aan
streel mij terug de wind, hoor haar zingen
hoor en voel het veel oneindiger zij nu is.

7 oktober 2017

Gedicht

Filed under: gedicht — Oog op Blaricum @ 16:14

Op mijn hemelsblauwe houtbureau

waar ik levens lang laat lijden

ook het hare – maar dat terzijde,

waarop ik woordenzoekend leun

soms vermoeid en vloekend steun

vaak de dood laat overwinnen

en evengoed kan laten strijden

met grijnzende gezegdes

over grijzende legendes

en lippen die zich glanzend spreiden

om mijn optatische orgasmes,

 

wint mijn woordwapen altijd van die dood

met fijne wellevendheid en zinnen scherp;

het is mijn medewerkend blauwvoorwerp,

dit jaren terug geërfde Parker vulpotlood.

27 september 2017

Later kwam er …

Filed under: gedicht,natuur — Oog op Blaricum @ 13:24

Later kwam er mooi meer licht
en keken we samen naar de liefde
van de parels voor de bramen;
vertelde jij hoe mooi het was
onder een sluier stil te huilen
en hoe moeilijk het zal zijn
om koud te liggen in een kist
met dan geen traan die
koud en klein zal willen schuilen
en ik alleen – en eenzaam in de mist.

Next Page »

Powered by WordPress.com.

%d bloggers liken dit: