Op mijn hemelsblauwe houtbureau
waar ik levens lang laat lijden
ook het hare – maar dat terzijde,
waarop ik woordenzoekend leun
soms vermoeid en vloekend steun
vaak de dood laat overwinnen
en evengoed kan laten strijden
met grijnzende gezegdes
over grijzende legendes
en lippen die zich glanzend spreiden
om mijn optatische orgasmes,
wint mijn woordwapen altijd van die dood
met fijne wellevendheid en zinnen scherp;
het is mijn medewerkend blauwvoorwerp,
dit jaren terug geërfde Parker vulpotlood.
