Het beeld de Roeper is meen ik eigendom van de kerk aan het Oranjeweitje. Het is in september 2008 onthuld door burgemeester De Zwart. Het staat op gemeentegrond. Mogelijk is het beeld indertijd door de kerk aan de gemeente geschonken. In ieder geval staat het in de openbare ruimte en dient er derhalve op bijpassende manier mee te worden omgegaan. Op zijn minst als onderdeel van het locale erfgoed en als mededrager van het collectieve geheugen.
Het beeld kostte 40.000 euro – deels betaald door donaties en deels door de opbrengst van de verkoop van 20 miniaturen.
Het beeld was in eerste instantie een idee van de toenmalige dominee, dat in 2007 door de gehele kerkgemeenschap inclusief het kerkbestuur is omarmd. Over zowel de beeldbedoeling, de uiting, de uitvoering als zeker ook de teksten is lang en breed gesproken. Het geheel is dan ook vrij van enig individueel belang. Het was en is een bemoedigende uiting van de kerk – naar de eigen gemeenschap en naar de samenleving waarvan zij deel uitmaakt.
Dat er nu door onbekenden – zijnde in ieder geval niet de gemeente, voorzover ik heb kunnen nagaan; vorige week donderdag heeft een medewerker van de Buitendienst bij de opzichter melding gemaakt van deze illegale aanplant – door onbekenden dus kennelijk eigenmachtig taxusstruikjes zodanig voor het beeld zijn geplaatst dat de tekstplaat aan de voorzijde van de sokkel niet meer zichtbaar is, is onverteerbaar.
Het is onverteerbaar omdat wij in een volwassen zo niet hoogwaardige democratie leven, waarin het zich houden aan de Grondwet een basisgegeven is. Vrijheid van meningsuiting – hetzij door een persoon, hetzij middels een voorwerp – dient onaangetast en ongehinderd te blijven.
Het aanpassen of verwijderen van beelden is, net zoals het retoucheren van foto’s en het verbieden en verbranden van boeken, een aanslag op cultuur, geschiedenis en samenleving. En zulks is een van de angstaanjagende kenmerken van mensonterende regimes.
Daar komt bij dat beeld en tekst met elkaar een eenheid vormen:
God heeft zich ondermeer ten doel gesteld de mens wakker te roepen, hem niet alleen naar eigen navel en naar binnen en naar het eigen verleden te laten kijken, maar ook naar de toekomst – en naar elkaar. God roept de mens op – ‘om op weg te gaan, verder te gaan, te groeien’.
Het citaat op de tekstplaat van Markus: ‘houd moed, sta op, Hij roept u’ is bedoeld als bemoediging daartoe. De mens zal het roepen niet altijd horen, maar het is er wel. De theologie echter laat ruimte over voor wie roept: roept God, of is het Jezus dat doet, of inderdaad de mens zelf – naar zijn medemens.
Vandaar dat het beeld – de persoon – niet het uiterlijk heeft van een hedendaags iemand, maar ook niet van een apostel, van Jezus of van God. En vandaar ook dat de persoon niet naar de hemel kijkt, maar ook niet naar de aarde. Het zit er tussenin, het beeld gaat in feite aan die vraag ‘wie roept er?’ voorbij. Iets roept – altijd, overal, naar iedereen. Dat kan je wel of niet willen horen, daar kan je wel of niet in geloven. Hoe dan ook: daar behoort iedereen respect voor te hebben. Iedereen.
Maar er is meer. Want achter het andere citaat ‘zullen de goeden spreken?’ zit enerzijds de opvatting van Hannah Arendt dat ‘wie de schreeuwer laat schreeuwen, medeplichtig is’ en anderzijds de gedachte van Lao Tze (Chinese filosoof uit de oudheid) die stelde dat ‘zij die weten zwijgen en zij die niet weten praten’. Het retorische en wellicht ook provocerende citaat is, in samenhang met dat van Markus, bedoeld dat men zich ten gunste van anderen helpend en verzorgend uit. Dat de mens de ander roept – om samen verder te gaan. Dat de bemoedigende en wijze roep van jou naar mij mag worden gedaan en zal worden gewaardeerd.
En, last but not least, logisch is het natuurlijk dat aan de informatiebehoefte van passanten en anderen is voldaan door niet alleen de naam van het beeld te vermelden, maar ook die van de maakster. Die overigens juist daarom is gekozen omdat zij zo goed is in het tot uiting brengen van kleding – in deze dus van dat subtiele verschil tussen het net niet aardse en het net niet hemelse. Tot zover dit korte college beeldbedoeling.
Met deze informatie hoop ik dat u het met mij eens zult zijn dat het illegaal plaatsen van een rijtje struikjes – vanuit welke gedachte dan ook – voor de tekstplaat absoluut niet kan.
Ik verzoek u – en ik kijk naar de wethouder van dienst in deze – dan ook zeer dringend morgen de Buitendienst opdracht te geven deze illegale aanplant direct te verwijderen – opdat goedwillende burgers dat niet gaan doen.
En ten slotte wil ik u deze reactie van dochter Fidessa, bijna Master Heritage and Memory Studies, UvA, niet onthouden:
‘Je gaat toch ook niet met fluoriserend roze het jurkje van het meisje op de Nachtwacht overschilderen, omdat ‘wit kant’ niet meer ‘kan’ in deze tijd …?’
///
Wethouder Boersen van Heel Veel Gecrashte Dossiers en een paar neuzel-RTG-leden begrepen zelfs na bovenstaande tekst niet (helemaal) waarover het gaat.
Het gaat dus niet om een overhangende tak of een breedberm-stouterikje dat met een grote witte steen wat bermkaping heeft gedaan … – het gaat, ondanks het feit dat er aan het beeld geen schade is toegebracht, om een aanslag. Om een aanslag op de vrijheid van meningsuiting en ideeën, om een aanslag op een locale cultuurdrager, om een aanslag op het collectieve geheugen. Om een aanslag, omdat het klaarblijkelijk niet om kwajongenswerk gaat, maar om een professioneel uitgevoerde actie – waarvan de opdrachtgever onbekend is maar zich wel laat raden …
Het is dus een beetje diep- en dieptriest als de wethouder c.s. het gesprokene afdoet als ‘ach, klein bier’ en met ‘waarom heeft u niet de procedure gevolgd, aanmelden bij het M.O.R.?’ En: ‘Als er bij de volgende RTG nog niets is gebeurd, dan mag u terugkomen.’
Waarom niet naar de M.O.R. (Meldpunt Openbare Ruimte)? Omdat dit dus van een andere orde is – herlees de tekst nog even.
Morgenmiddag om 16 uur is de boel weer normaal, anders zal die normaal worden gemaakt. In ieder geval Bea Kukupessy (raadslid DBP) komt helpen; Rob Bruintjes (DAB) ook.
Maar wellicht doet de gemeente morgen voor die tijd wat ze moet doen.
•••
