De dader dood, het lijf hersteld
wat rest haar heet vernedering
al gauw en niet herkend
verborgen achter tooi en mom
van stoer en dunne aardigheid.
De ziel door pijn, verlies en haat
stilaan gevat in ijs de kille greep
van nooit begrepen schaamte
die het leven slopend stoppen laat
in haar toch ooit een leuke meid.
