De cyclus (7)

– Driftlaan 7

terwijl de vadermerel lente fluit
en gouden regens bloeiend vallen
toont zich traag de nieuwe buitenhuid
van iets waarmee men niet zal brallen

kijkt men rustig naar de bakse stenen
zie de glimp van puur oprecht geluk
vergeet die dwaze silo stalen benen
wat hier ontstaat is vrij van dure smuk

we zullen echter op de hoogste nokvorst wachten
alvorens hier ons vlijmfinale oordeel komt
ook met hoogheid is een dorpsbeeld af te slachten
slechts het ware schone zorgt dat zweepkritiek verstomt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *