Rekkelijken versus preciezen, vers 6

(Dit is een fotoblog, maar nu even niet.)

En zo geschiedde het ook in díe dagen – in die dagen dat de bladeren eerst teder en zacht en onbekommerd door de lucht zweefden en dwarrelden en andere daarna door een wilde storm met boom en al tegen de aarde werden gesmeten – het geschiedde in die dagen dat de mensen dachten dat het ook met de predikantmens wel gedaan zoude zijn. Omdat er immers, voordat de grote warmte kwam, op verzoek van de kerkfarizeeërs drie hoge wijsheden waren aangereisd die de lengte en de breedte en de diepgang van de bezwaren jegens de predikantmens hadden aanschouwd en die op hun eigen en dus bepaalde manier hadden doorgrond en zij, al dan niet op voorhand, tot de adviesconclusie waren gekomen dat de predikantmens niet alleen diende te vertrekken, maar ook noodzakelijkerwijze van de kerk abortus religiogus diende te worden losgemaakt. En als hoge wijsheden tot een dergelijke ingrijpende adviesconclusie konden komen, dat zoude het wel waar zijn – zo werd gedacht dat de mensen wel zouden gaan denken -, dan zoude er in ieder geval wel iets mis zijn, dan zoude de predikantmens, ofschoon hij goedlachs en joviaal en keurig van tong was, best toch wel ergens iets meer dan een steekje hebben laten vallen. Zo werd gedacht dat er zo door de mensen wel zou worden gedacht. Waar rook is, is vuur – en dat is altijd ten voordele van degenen die meningen tot feiten durven te verheffen en op basis van die ‘feiten’ hun gelijk denken te kunnen halen.

Zo leek het er dan ook op dat het afhak-spel van de kerk gewoon zijn beslag zoude krijgen. In september zoude de adviesconclusie van de hoge wijsheden ter tafel komen. Het college van nog hogere wijsheden zoude daar vriendelijk en welwillend kennis van nemen en het zoude na een maand ongetwijfeld en met de historische vanzelfsprekendheid van de ondergaande zon die adviesconclusie overnemen. Hetgeen zoude betekenen dat de predikantmens diende te vertrekken, beladen met schande en smaad en sociaal gedegradeerd, maatschappelijk uitgehold en moreel verdampt. En als persoon misschien niet geknakt, maar wel onweidelijk tegen de grond gewerkt en dus aanzienlijk gekwetst.

Edoch …

… de gelederen van de kerkgemeenschap accepteerden niet wat de kerkfarizeeërs en de hoge wijsheden hadden bedisseld en uitgevoerd. Hun apathie en gedweeheid van het begin veranderden in verdriet en verbijstering en boosheid en later zelfs in woede en afkeer en dat alles maakte hen tot een eenheid zoals God het ooit moet hebben bedoeld: op grond van rechtvaardigheid en respect en waardering en liefde koos het overgrote deel van de kerkgemeenschap niet voor sluwe karaktermoord en vilein verraad, maar voor de aansprekende en stichting brengende werkelijkheid van de predikantmens. De kerkgemeenschap liet zich niet dwingen tot groepsvorming achter autoritaire zelfoverschatting en preciezige vooringenomenheid, maar koos voor de eerlijkheid en de klank van het hart.

In eerste instantie werd deze opstandigheid door de kerkfarizeeërs en de hoge wijsheden geïrriteerd en neerbuigend afgedaan als ongepast en als beschadigend (!) voor de kerk, als bedreigend en zijnde niet aan de orde en vooral ook als niet passend bij de orde van de kerk, die er immers op is gebaseerd dat leden van een kerkgemeenschap wel mogen betalen maar niets, maar dan ook helemaal niets hebben in te brengen. En zo leek het er aan het einde van de grote warmte dan ook op dat in september het spel van de kerk gewoon (…) gespeeld zou gaan worden, dat in oktober de zaak wel zou zijn beklonken, dat de achterdeur achter de predikantmens dan wel zou worden dichtgetrokken en de kilte van de preciezen de kerk nog verder in zijn wurggreep zou kunnen nemen. Dan zou het ook binnen het kerkgebouw voor altijd herfst zijn, met het finale afsterven nakende …

Maar …

… binnen de zich dus roerende en zich tot een sterke menselijke eenheid georganiseerd hebbende kerkgemeenschap bleken ook nog eens wakkere geesten te verkeren, die al snel tot de conclusie kwamen dat het werk dat de hoge wijsheden hadden uitgevoerd (ten dele in nauwe samenwerking met de kerkfarizeeërs) de toetsen van geen enkele kritiek kon doorstaan. Wat de hoge wijsheden hadden opgeleverd, was slecht, onsamenhangend, niet representatief, niet betrouwbaar, niet relevant, niet eerlijk, niet ethisch. Het was in materieel en moreel opzicht een grove belediging van de predikantmens, een vuige schop in de rug van de kerkgemeenschap en een besmeuring van Gods gedachtengoed. Als er iets was dat beschadigend en onterend was voor de kerk, dan was het wel het werk van de hoge wijsheden en hun adviesconclusie. Als er iets was dat de leden van de kerkgemeenschap ervan overtuigde dat hier jegens de predikantmens, jegens de kerk en jegens henzelf groot onrecht gaande was, dan was het wel het werk van de hoge wijsheden. Maar weinigen vonden het verwonderlijk dat er twee daverende klachten ter tafel kwamen tegen de werkwijze van de hoge wijsheden en tegen hun adviesconclusie.

Het college van nog hogere wijsheden diende niet alleen die adviesconclusie van de hoge wijsheden te beoordelen, het moest ook die ingebrachte klachten behandelen. In dat laatste had het college helemaal geen zin en weigerde dat. Dat bracht de klagers ertoe zich te wenden tot een nóg hogere kerkwijsheid. En die liet weten dat het college van nog hogere wijsheden wel degelijk de klachten moest behandelen. En wel voordat men de adviesconclusie van de hoge wijsheden zou gaan bespreken.

Hetgeen betekende dat het voorgenomen spel van de kerk niet plaatsvond zoals men had bedacht. De predikantmens werd niet afgehakt.

Want …

… afgelopen woensdag heeft het college van nog hogere wijsheden zich gebogen over de twee klachten tegen de werkwijze en de adviesconclusie van de hoge wijsheden. Het duurt een maand voordat daar een uitspraak op komt. En mochten de klagers het met die uitspraak niet eens zijn, dan kunnen ze in hoger beroep. En daarna kan de kwestie van de klachten ook nog worden voorgelegd aan de burgerrechter. Pas als de klachten helemaal zijn afgewikkeld, pas dan kan (als daar dan nog reden en grond voor bestaan) de adviesconclusie van de hoge wijsheden door het college van nog hogere wijsheden weer op de agenda worden gezet. Tenzij de adviesconclusie wordt ingetrokken en de predikantmens gewoon weer aan het werk kan.

Is dit het? Of geschiedde er nog meer in die dagen waarin de wind weliswaar weer was gaan liggen, maar waar de regen gestaag nederviel en steeds meer bladeren de strijd om het voortbestaan opgaven en bruin en gaterig en zwaar van de regen naar de aarde tolden om daar bij te gaan dragen aan een nieuw bestaan?

Ja, er geschiedde meer.

Afgelopen vrijdag namelijk vond er bij weer een ander kerkelijk college van nóg hogere wijsheden tegen de hoofdman van de kerkenraad een tuchtzaak plaats. Met als insteek dat hij in zijn functie niet goed heeft gefunctioneerd. Omdat, zo valt in vrij uitgesproken bewoordingen en interpretaties te vernemen, hij een op zich miniscuul probleempje al dan niet met opzet heeft laten escaleren tot een kwestie die velen hun geloof in het geloof heeft ontnomen en het voortbestaan van de kerk in groot gevaar heeft gebracht; omdat hij, zo wordt ook gezegd, eerst buiten en later binnen de kerkenraad op zoek is geweest naar steun om ‘van de predikant af te komen’; omdat hij in de gehele kwestie kennelijk of zelfs aantoonbaar onvoldoende onpartijdig is geweest. En tevens omdat, zo valt er vooral ook buiten de kerkmuren en bij haarden en fornuizen te beluisteren, ‘hij met de predikant voor het welzijn van de kerkgemeenschap en de individuele gelovigen een tandem van seculariteit en religiositeit had moeten vormen, maar in tegenstelling tot die normale constructie op de predikant een poging tot karaktermoord heeft gepleegd en hem heeft verraden.’ Ook in deze tuchtzaak tegen de hoofdman van de kerkenraad zal een uitspraak komen.

Is er nog meer? Ja, er is nog meer.

De tot een sterke eenheid gegroeide kerkgemeenschap van de Dorpskerk weet zich ook door velen buiten hun kerk in het dorp gesteund in deze ambitie: op kerstavond 2013 (dinsdag 24 december) staat hún predikantmens op de kansel van hún Dorpskerk. Hij zal aan het begin van die dienst dit zeggen:

‘Van waar u ook bent gekomen en wie u ook bent: u allen bent van harte welkom in dit huis van God.’

Het is de ambitie – een wens, een stille bede – van ruim 85% van de kerkgemeenschap van de Dorpskerk (285 personen). Ze worden gesteund door vele honderden dorpsgenoten die zelf niet (zo) gelovig zijn, maar die de leden van de kerkgemeenschap wel hun geloof gunnen – in een kerk die in de dorpsgemeenschap geen bressen in buurten slaat en sociale scheuren trekt en die normaal, oprecht en eerlijk wordt bestuurd.

Ook degenen die weten dat zij er daadwerkelijk aan kunnen bijdragen dat deze ambitie wordt gerealiseerd, lezen dit nu. Laten zij doen wat zij hebben te doen.

///

Dit is nu weer een fotoblog.

5 gedachten over “Rekkelijken versus preciezen, vers 6

    1. Wat een ontzettend stom gedoe. Het wordt de hoogste tijd dat er echt duidelijkheid komt en dan bedoel ik ook ECHT !!!! 85 % van de kerkgemeenschap?????? Vast wel….. als je alle kinderen meetelt die moesten tekenen, al hadden ze geen idee waarvoor!
      Oog op Blaricum moet zich gewoon bezig houden met datgene waar hij verstand van heeft!!!!!

      Like

Laat een reactie achter op Tiny de Wit-van Huizen Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *