De tijdloosheid wat stil
’n Blad dat drupplend valt
De wereld van Van Mill
Had hier z’n oliezijn gestald
De tijd weerkaatst het toen
Kijkglas vol en stok gepeild
Nu is er mooie wijn en snelle poen
Wordt er voor een nood geveild
De tijd tikt maar zwijgt een tel
Laat bladeren glanzend zweven
Zo krijgt het eind dat bruine vel
Bedekker van het nieuwe leven.

