Gedicht

De dood ziet zwijgend hoe zij
een kaart keert en kijkt
naar het beeld dat gelijkt
het lachje in haar hart – van mij.

Lijn tien bellend hoort ze niet
als een traan trekt aan de kraaienpoot
en het tafelkleed vlamt in ’t avondrood.
Er kruipt wat leeggehuild verdriet.

Daar het raam, een arm die wenkt
dat ze nu maar mee moet komen,
stoppen met wat het leed verlengt.
Een vlaag breekt door de bomen
als zij zichzelf de vrijheid schenkt
verlost van God en valse dromen.

Een gedachte over “Gedicht

Laat een reactie achter op Ingrid Wiegers Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *