Vanuit de bomen kwam het vuile kwaad
het noodweer was fel maar vergeefs
een laatste regendrup beroerde het gezicht
en toen was het alsof de wind ontdaan
door de waarheid het bos uit woei – weg
naar een sloot die van niets wilde weten en
langs de vogelsnavel die met haar schreeuw
een hoek trok uit het grauwe wolkendek
zodat het ooit gedoofde licht zijn prooi
door kon slepen naar ’t duivelse polderpad.
Niets
kan zeggen wat de harten schreeuwen
van jou, van zovelen – over dit verdriet
niets
maakt het om door te schrijven te zeggen
wat niet anders kan: we krijgen je niet terug.
Maar het zal de wind zijn – overal, altijd –
die uiteindelijk wil herenigen
door fluisterend soms stil van zichzelf
te zeggen: hier – hier is ze
raak me aan, raak haar aan
streel mij terug de wind, hoor haar zingen
hoor en voel het veel oneindiger zij nu is.

Hier word ik heel stil van.
Prachtig Peter.
LikeLike