Gedicht

Dwalend door de mestvaalt van mijn denken

lege kamers, holle zalen, dode haard

verrotte ramen die het zonlicht buigen

van de plek waar de tijd mijn ziel bewaart,

 

zie ik op de balken grauwe vuile uilen

volgevreten kennis uit mijn vervallen staat.

Wat rest en rent zijn vale hagedissen

de dood die wenkt in hagelwit gewaad.

 

Vier doktoren stormen dronken binnen

grijpen naar het poeder voor mijn levenseind

voltooien mag, maar zonder orgaan te vervuilen,

zonder dat het andermans levenskans verkleint.

 

De staat bepaalt het liefst wanneer te overlijden

getreden wordt mijn recht op stoppenwens;

de dood is handel voor de politieke beesten

mijn lijf in hergebruik – ik sterf tot doorleefmens.

2 gedachten over “Gedicht

Laat een reactie achter op sybert Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *