Die lach daar – bij dat dode licht …

… van het stil gestopt bewonen
in snik en zucht op reis gegaan;
nou vooruit, pak een stoel
we malen doffe koffiebonen
en kijken hoe de toekomst
straalt en daarna levend zwicht.

Vroeg in de herfst …

… toen het nog heel laat zomer was
de warmte de man had vastgeplakt
aan het platgereden zebrabeest,
stond er verderop een vrouw te hopen:
‘laat het waar zijn, laat het waar zijn’
– van dat achterterras.