Het Gooi is – geologisch gezien – eigenlijk een soort pannenkoek, met aflopende kanten bij enerzijds Wijdemeren en anderzijds bij Blaricum en Huizen. Als regenwater en het grond- dan wel kwelwater willen wegstromen, dan zal dat bij die lage gedeeltes plaatsvinden. Dat moet echter niet te veel gebeuren, anders raakt het Gooi niet alleen zijn zeer zuivere kwelwater kwijt, maar ook de bijzondere vegetaties die zijn gaan groeien op de plaatsen waar het kwelwater sneller dan elders aan de oppervlakte komt. Hetgeen op ’t Harde het geval is.
Door de vroegere activiteiten van de zandfabriek aan de Randweg-West is het gedeelte van ’t Harde waar Natuurmonumenten nu met die gele grijpgravers bezig is, in behoorlijke mate van de afdekkende zandlaag ontdaan. Nadien hebben gemeente en boeren het stuk grond gebruikt – naar maatstaven van nu niet erg milieuvriendelijk. Komt bij dat al tijdens het gebruik door de zandfabriek in de directe omgeving sloten zijn gegraven om het overtollige regenwater en het zo nu en dan opkomende grondwater af te voeren naar de Gooijergracht.

Natuurmonumenten is van mening dat ’t Harde een lek is in het reservoir met zuiver kwelwater van het Gooi. Niets doen zal tot vergroting van dat lek leiden. Daarom is besloten de omringende sloten te dempen en het stuk grond in kwestie te reinigen van puin, landbouwplastic, oud ijzer en andere vervuiling.
Wat zal ontstaan is een drassige plek die enerzijds dienst gaat doen als reservoir c.q. opslagplaats voor kwelwater en anderzijds de habitat gaat worden van (nog meer) bijzondere vegetatie en de dieren die daarop af komen. Om het landelijke karakter en de rust te bevorderen wordt met het overtollige zand een aarden wal gemaakt tussen ’t Harde en Randweg Oost.