nu weet het grootse blad – nog even
nog even is er nut en leven
totdat de natte kou weer komt
de wind het van de takken trompt
schaduw aan de dood wordt afgegeven
nog even denkt dit blad – een maand
kan ik vallend licht van stralen zeven
warmte die zich naar de aarde baant
kan ik in het zieltje dat verkilling waant
tot een glimlach of een passie weven
straks komt rood en leefloos zweven
dommig deinen naar de moddergrond
nu nog even is zijn aanzien zeer verheven
om maantje later lachend zolen aan te kleven
als hoedje van een heuvel hondenstront.

