Rekkelijken versus preciezen – vers 2

(Dit is een fotoblog, maar nu even niet.)

Het is 2013, het is woensdagavond 26 juni, het is half elf. De schemer begint tussen de bomen te hangen, de vogels gaan naar bed. Na een drie uur durende bijeenkomst over de ‘spanningen  in de Dorpskerk’ komt een aantal gemeenteleden naar buiten. Zelden moet bij het uitgaan van een kerk op praktisch alle gezichten deze unieke combinatie te zien zijn geweest: ongeloof, verontwaardiging en woede. Eén der gemeenteleden – boven de 70 en sinds het vijfde levensjaar trouw kerkganger – zegt met een door spanning en verdriet dichtgeknepen stem: ‘Dit is de  meest onchristelijke dag die ik ooit in deze kerk heb beleefd.’

De gemeenteleden zouden, nadat op zondag 16 juni het op non-actief stellen van dominee Jan Rinzema (de predikant) werd bekend gemaakt, dus worden geïnformeerd over oorzaak en gevolg. Enerzijds waren daar circa 80 gemeenteleden, anderszijds de kerkenraad (het eigen bestuur), drie visitatoren (in principe objectieve deskundigen die op verzoek van de kerkenraad de onstane situatie hebben geanalyseerd) en het breed moderamen (twee vertegenwoordigers van de protestantse classis Hilversum, bestuurlijk een stapje dichter bij de Synode van de PKN).

Op 4 maart jl. was er ook al een informatie-avond geweest. Toen was er gemeld dat ‘er wat was, maar dat er vanwege de privacy niet kon worden gezegd wat’ … Mede door het feit dat er tussen bekendmaking op 16 juni van het op non-actief stellen van de predikant (hetgeen bij veel gemeenteleden onverwacht en hard is aangekomen) en de informatie-avond ruim anderhalve week zat (hetgeen door een communicatiedeskundige werd aangeduid als een voorbeeld van slecht crisismanagement), was de veronderstellingen-producerende geruchtenmachine stevig op gang gekomen.

–       Had de getrouwde predikant ‘het’ met andere vrouwen gedaan,

–       was er sprake van openbare dronkenschap of liederlijk gedrag op de kansel,

–       had hij fataal gesproken waar hij had moeten zwijgen,

–       had hij een greep in de kas gedaan,

–       was er iets met kinderen,

–       was er een verslaving,

–       was er een verzwegen procedure van het OM …

… wat in hemelsnaam had de predikant gedaan waardoor de kerkenraad het nodig achtte (en acht) om hem uit zijn ambt te ontheffen? Om hem, in kerkelijke termen en met direct het zwaarste middel dat de kerk voorhanden heeft (Ordinantie 3-20), ‘los te maken van de kerk’?

Wat dus, wát zat er allemaal op zijn kerfstok?!

Tot drie keer toe vroegen gemeenteleden op de informatie-avond wat de concrete aanleiding was om de predikant te willen wegsturen. Pas na lang aandringen kwam deze formulering ter tafel: ‘De kerk is rond zijn persoon uiteengevallen.’ De predikant zou een splijtzwam zijn en dat zelf niet willen/kunnen inzien.

Doodse stilte. Een argumentatie die magerder werd beoordeeld dan Magere Hein. IJskoude, doodse stilte.

Dit kon niet waar zijn.

Er werd (vrije weergave) vervolgd: ‘En omdat zulks het geval is, is er een situatie ontstaan waarin de predikant de gemeente niet meer met stichting kan dienen en is ambtsontheffing aan de orde.’ Geen eervol ontslag en tijd om iets anders te zoeken, gewoon bonk de valbijl en daarmee een scherpe verkleining van kansen elders en grote kans op maatschappelijke en materiële teruggang. Gebaseerd op een ‘argumentatie’ die volstrekt bezijden de werkelijkheid is, aldus velen.

De aanwezige en niet aanwezige gemeenteleden wisten en weten wel beter – net zoals trouwens vele niet-gelovige Blaricummers die op de een of andere manier bij de Dorpskerk zijn betrokken, en niet te vergeten tal van gelovigen van ‘die andere kerk’.

Voor zover u dat niet al deed – lees het onderstaande s.v.p. met grote aandacht.

–       het is de predikant geweest die de Dorpskerk, tegen de algemene trend van ontkerkelijking in, vanaf 2006 goed bezocht heeft gehouden door zijn door velen gewaardeerde combinatie van humor, welbespraaktheid, visie, empathie, wereldlijksheid, openheid én religieuze diepgang;

–       het is de predikant geweest die zeer actief is (geweest) bij het opzetten van een community center aan het Achterom (Voor dit initiatief is ruim twee ton opgehaald. Die ‘ligt’ met name door het disfunctioneren van het bestuur al twee jaar ongebruikt op de plank.);

–       het is de predikant die alle jaren sinds zijn beroeping in 2006 volledig heeft voldaan en nog immer voldoet aan het profiel dat toen is opgesteld en op grond waarvan hij is aangesteld;

–       het is de predikant geweest die deel-onderwerp was van een visitatie vanuit het koninklijk huis, op grond waarvan de Dorpskerk in 2011 en 2012 op kerstavond leden van de koninklijke familie (inclusief toenmalig Koningin Beatrix) mocht ontvangen;

–       het is de predikant gweest die de Dorpskerk op een inspirerend draaipunt heeft geplaatst van geloof enerzijds en cultuur met een kleine en grote C anderzijds;

–       het is de predikant die zó enthousiasmerend is dat de kerkgemeente regelmatig in tien verschillende gespreksgroepen met totaal bijna 200 deelnemers bijeenkomt;

–       het is de predikant die door velen in dit dorp en daarbuiten wordt gewaardeerd als een hedendaagse predikant – als een normaal modern mens en als een bevlogen maar niet benepen brenger van Gods woord.

Over die informatie-avond van 26 juni jl. is verder te melden dat het democratische gehalte minimaal was. Er mocht niet worden geapplaudisseerd noch worden gediscussieerd of worden overtuigd, er mocht niet worden gestemd. Op het voorstel om te inventariseren c.q. te onderzoeken hoeveel gemeenteleden voor de predikant zijn en hoeveel tegen werd niet ingegaan. (Een brede rondgang langs gemeenteleden leert dat die verhouding zeer waarschijnlijk uitkomt op 90% voor en 10% tegen.) De indicatie van het aantal gemeenteleden waarop de visitatoren hun visie (…) hebben gebaseerd komt maar mager over: ‘diverse mensen’.

Na die bijeenkomst trok een deel van de gemeenteleden naar de pastorie en dronken daar een borrel of twee en praatten bij – en probeerden volgens degenen die er waren bij te komen van de onchristelijkheid, de oneerlijkheid, de hypocrisie, het autoritairisme en de neerbuigendheid die zij in de voorgaande uren hadden moeten ondergaan.

De predikant liet al vrij snel weten dat het niet al te laat kon worden, want de volgende dag had hij om 11 uur een begrafenis. Hoe kan dat, vroeg iemand, u mag toch niet meer in de kerk komen? De predikant antwoordde dat het om iemand ging wiens nabestaanden per se wilden dat hij de uitvaartdienst zou voorgaan. En omdat toch mogelijk te maken was er een grote witte tent in de tuin van de familie geplaatst en daar kon de predikant dan toch de betrokken gemeenteleden plus familie met stichting en troost dienen …

Ook na de informatie-avond is met vele gemeenteleden op journalistieke basis over deze kwestie gesproken. De hoofdlijnen die uit al die gesprekken en toegestuurde informatie naar voren is gekomen zijn de volgende.

1. Het is niet duidelijk wat de inmiddels niet-representatieve kerkenraad en zijn kleine groep medestanders wil nadat de predikant is ‘losgemaakt’. Het vertrek van de predikant lijkt een bestuursdoelstelling op zich te zijn geworden.

2. De visitatoren zijn volgens velen niet objectief en kennelijk sterk op de hand van de voorzitter c.s. en hebben hun taak inmiddels uitgebreid tot breidel c.q. censuur: het kerkorgaan Onderweg met daarin een nuchter analyserend artikel van de hoofdredacteur mag niet verschijnen;

3. Volgens zeer velen (circa 200 gemeenteleden) ligt aan de kwestie een persoonlijk bezwaar dan wel afkeer van de voorzitter jegens de predikant ten grondslag. Vanuit dat gegeven moet ook het veelvuldig genoemde feit worden gewogen dat de voorzitter de kwestie eerst binnen en later ook buiten het bestuur heeft laten polariseren en escaleren. In termen van organisatieleer kan worden gesteld dat in deze sprake is van ‘bad management’ van de voorzitter en later ook van het bestuursrestant. Nadat eerder in fasen de pro-predikant-fractie uit de kerkenraad was gestapt, hadden voorzitter en bestuursrestant moeten concluderen dat het probleem van de kerk niet lag (ligt) bij de predikant, maar bij het niet-representatieve vechtbestuur en zijn niet onpartijdige voorzitter.

4. Bedenkelijk is de informatie dat er in het bestuursrestant een voorkeur bestaat voor de gereformeerde geloofsbeleving alsmede de opvatting van ‘wie veel voor de kerk heeft gedaan of doet, bepaalt wat er met de kerk gebeurt’. Het zijn precies (…) deze opvattingen waardoor dit artikel en het voorgaande de titels hebben gekregen die zij hebben en waardoor veel gemeenteleden de huidige kerkenraad beschouwen als niet-representatief.

5. Een eventueel vertrek van de predikant zal de Dorpskerk ernstig schaden. Ten eerste zullen vele gemeenteleden afhaken. Ten tweede zullen diverse cultuurmakers, -liefhebbers en sponsors de kerk links laten liggen. Ten derde zal een eventuele wachtgeldregeling in financieel opzicht een zeer zware wissel trekken op de reserves van de kerk – die immers nu al nauwelijks in staat schijnt te zijn om een predikant te bekostigen, laat staan dus twee … Met als saillant detail dat de legaten die de kerk heeft mogen ontvangen, bedoeld waren en zijn voor het welzijn van de kerk en niet om een ordinaire machtsstrijd af te ronden met een verplichting die juridisch onontkoombaar is …

6. Velen zijn van mening dat door deze kwestie de Dorpskerk ten dode is opgeschreven.

De conclusie over deze kwestie is even simpel als verdrietig als angstaanjagend:

– zelfs het geloof is in dit dorp niet vrij van machtsdenken;

– zelfs het geloof in die aardige Dorpskerk lijkt terzijde te worden geschoven door een misbruik van posities en procedures omwille van het ‘de baas willen zijn’;

– ondanks de aanwezigheid van een predikant met ruim voldoende rechtschapenheid en sociale toegevoegde waarde, kunnen de gemeenteleden niet meer met stichting worden gediend.

De bredere conclusie is evenmin bemoedigend:

De werkwijze van kerkenraad, visitatoren en breed moderamen wordt van meerdere kanten aangeduid als ‘manipulatief, oneerlijk, Oost-Europees jaren vijftig, monddood-makend, rigide.’ Dat tevens bij herhaling pogingen zijn gedaan de democratie in het algemeen en de vrijheid van meningsuiting en nieuwsgaring in het bijzonder buiten de kerkdeuren te houden, maakt het allemaal des te erger en onverteerbaarder. Kennelijk heeft de PKN een kerkordelijke structuur waardoor het onmogelijk is voor een predikant om in geval van een meningsverschil het gelijk aan zijn zijde te krijgen/houden. (De uitkomsten van tal van kwesties tussen kerk en predikanten onderstrepen dit.) Kennelijk is de PKN er in werkelijkheid niet op ingericht een kerk te zijn voor al haar leden zonder aanziens des persoons. En kennelijk is er een grote kloof tussen het imago van ‘rekkelijkheid die best wel van deze tijd is’ en de daadwerkelijke cultuur van behoudzucht, van benepenheid, van machtsdenken, van … middeleeuwse preciezen.

Ten slotte, na deze journalistieke registratie, een persoonlijk woord van schrijver dezes:

‘Als een predikant voor een ieder zichtbaar en merkbaar niet alleen leeft volgens de drie religieuze deugden (geloof, hoop en liefde), maar ook de vier kardinale deugden voor het wereldlijkse leven voluit huldigt (rechtvaardigheid, moed, matigheid en wijsheid), dan is het ongeloofwaardig en strijdig met de logica dat hij vanwege een niet aangetoonde disfunctionaliteit het veld moet ruimen.’

Vers 1 hier.

///

Dit is nu weer een fotoblog.

12 gedachten over “Rekkelijken versus preciezen – vers 2

  1. Ongetwijfeld een moeilijke weg, maar er moet toch een weg zijn een blijkbaar zeer kleine minderheid de mond te snoeren en uit hun functie te zetten?
    In Nederland moet toch de democratie kunnen zegevieren?

    Like

  2. Peter, zie je kans om dit in de landelijke pers te krijgen. Het is toch te gek voor woorden dat de Hervormde Kerk zich nog gedraagt als de inquisitie! Overigens was de voorzitter van de visitatiecommissie daar in een telefoongesprek met mij glashelder over: de leden van de kerk hebben niets te vertellen. Wel dus het niet democratisch afgebrokkelde kerkbestuur. Alles bij elkaar een bestuurlijk wangedrocht dat zich kerk durft te noemen en zich vooral niets aantrekt van de christelijke achtergronden.

    Op naar het faillissement van de dorpskerk (mentaal en financieel)! Met dank aan de heer van Dijk c.s.

    Oog: diverse acties (locaal en landelijk) staan in de steigers

    Like

  3. “De goeden gaan het eerst” geld hier ook helaas. Deze dominee mag geen diensten meer doen in de Hervormde kerk?
    Er is eerder een noodkerk geweest in Blaricum. Misschien een idee? Als ik lees wat voor een persoonlijkheid deze dominee heeft, zou ik er alles voor over hebben om hem niet te laten gaan!

    Meneer Rinzema ik ken u niet, maar ik hoop van harte dat u hier sterker uitkomt.

    Like

  4. Dominee Rinzema is een man met een groot hart. Ook al ben ik geen lid van Protestantse Gemeente in Blaricum toch heeft hij mijn inziens heel veel positiefs aan onze dorpsgemeenschap gebracht en zou ik zijn vertrek bijzonder betreuren.

    Like

    1. Mijn overgrootvader heeft in ca 1885 met medestanders de kerk van Nederhorstenberg veroverd op de tegenpartij. Mijn grootmoeder heeft in die tijd nog in de kerk geslapen om het te verdedigen tegen indringers. De geschiedenis herhaalt zich?

      Like

  5. Door dominee Rinzema ben ik (76) vijf jaar geleden weer kerkganger geworden. Ik genoot elke zondag van zijn verkondiging en van de wijze waarop hij de dienst leidde. Zijn dienst was voor mij een rustpunt in onze turbulente tijd en een goed begin van een nieuwe week. Als hij geen dienst had, ging ik ook om dan steeds weer te constateren dat zijn boodschap veel beter en duidelijker was. Ik hoop dat het gezonde verstand zal zegevieren en dat dominee Rinzema weer spoedig zijn werk in onze kerk mag hervatten.

    Oog: het schijnt dat daar hard, oprecht en over een breed front aan wordt gewerkt

    Like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *