Hij heeft zijn naald ingeslikt en zijn pennen opgedacht.
Hij telt een vogel in de lucht met een tramkaart in zijn bek.
Zijn schoenen zijn zo lek als aan zijn hoofd de oren.
Hij gaat een winkel in en vraagt om een gezicht.
Of hij een paspoort kopen kan zodat hij als toerist.
Desnoods een kruiswoordraadselboekje voor bewoners.
Op een bankje ligt een walkman met een bandje.
Zweeft zijn hoofd nu door het hedendaagse heden.
Het bier schuimt, geboomte ruist, rokken waaien op.
Straks valt hij plat op zijn gezicht in de vijver.
Door de takken waait geduifte, Schubert hapert, dunne zon.
Mooi licht als hij weer kijken kon. Mooi dood ook wat er was.
MOOI DOOD
Hij heeft zijn naald ingeslikt en zijn pennen opgedacht.
Hij telt een vogel in de lucht met een tramkaart in zijn bek.
Zijn schoenen zijn zo lek als aan zijn hoofd de oren.
Hij gaat een winkel in en vraagt om een gezicht.
Of hij een paspoort kopen kan zodat hij als toerist.
Desnoods een kruiswoordraadselboekje voor bewoners.
Op een bankje ligt een walkman met een bandje.
Zweeft zijn hoofd nu door het hedendaagse heden.
Het bier schuimt, geboomte ruist, rokken waaien op.
Straks valt hij plat op zijn gezicht in de vijver.
Door de takken waait geduifte, Schubert hapert, dunne zon.
Mooi licht als hij weer kijken kon. Mooi dood ook wat er was.
Uit Nieuwe veters (Querido, 1987).
© 2000 Robert Anker
LikeLike