Mariëlle – Elke dageraad

haar lach ligt stil, een koud gezicht
de ziel versprong van lijn
ze zweeft uit engen naar het licht
Hij neemt en laat haar niet meer zijn

tranen aan de leie linden
de ramp ligt doodstil in de straat
haar witte goud dat ooit verblindde
herinnering die spraakloos praat

schrik groeit uit tot groot verdriet
schouder schokt en handen zoeken
naar een duiding – maar die is er niet
droefheid trekt verbeten vloeken

het ijle feit brengt bitter weten
de geest steunt op een trage snik
even is het leven niet in tijd te meten
verbijsterd vastgezet aan dát ogenblik

maar als de toekomst werkelijk bestaat
uit kracht en haar volbrachte werken
dan zal ze stralend elke dageraad
haar liefde aan ’t leven laten merken.

De tijdloosheid …

De tijdloosheid wat stil
’n Blad dat drupplend valt
De wereld van Van Mill
Had hier z’n oliezijn gestald

De tijd weerkaatst het toen
Kijkglas vol en stok gepeild
Nu is er mooie wijn en snelle poen
Wordt er voor een nood geveild

De tijd tikt maar zwijgt een tel
Laat bladeren glanzend zweven
Zo krijgt het eind dat bruine vel
Bedekker van het nieuwe leven.