Gedicht

De zus van de mus
kijkt de kat
uit de boom;
dan – zodat de kat,
zo dik, zo sloom
het niet ziet, gauw –
trekt ze de lus
van vinkentouw.

Het is toch niet,
denkt de kat,
dat alles rondjes vliegt
en mij schotels baart?
Maar ’t kattenkopje liegt:
ze hangt heel zat
draaiend aan haar staart
in de lus van de zus
van dus díe mus.

Een gedachte over “Gedicht

Geef een reactie