Woorden bij de moord op James Foley
Preek, gehouden door Ds. Jan Rinzema in de Grote Kerk Naarden, 24 augustus 2014.
‘Er zijn bepaalde momenten waarop je denkt dat je uit je ‘comfort zone’ moet komen. En moet spreken. Dat is nu, door al datgene wat er gebeurt in Syrië en Irak rond IS, ofwel de beweging ‘Islamitische Staat’.
Vooral de Youtube film rond de onthoofding van James Foley deed bij mij het verstand stilstaan. Ik klikte de naam ‘Foley’ op Internet aan en kreeg direct beelden van een onthoofd lichaam te zien, waarop op de borstkas zijn afgesneden hoofd lag.
Ik heb toch al veel gezien in het leven maar dit beeld gaf mij een kortdurende harstilstand.
Wat hiervan te zeggen? In de eerste plaats: verstand voorop. Emotie is goed. Maar niet te veel en te lang. In alle geweld dat er is, in alle deining, moet je jezelf nooit laten leiden door die deining en emotie, maar proberen rationeel en redelijk te blijven.
In de tweede plaats. De dader moet, zoals de Amerikanen het zeggen ‘gebracht worden voor tribunalen van gerechtigheid’. In het Engels heet dat: de daders ‘have to be brought to justice’. Dat de daders gepakt moeten worden en geoordeeld moeten worden staat buiten alle kijf. Of dat nu een jaar of tien jaar duurt; de wereldgemeenschap kan en mag de moord op Foley niet over zijn kant laten gaan. De zin van zijn dood is de berechting van de dader(s).
In de derde plaats: in onze Nederlandse buurt is niet iedere moslim, of iedere persoon die een hoofddoek draagt, een steunpunt, dan wel een ondersteuner van al wat er aan wreeds gebeurt in naam van de Islam. Zoals wij niet willen worden aangesproken op en gezien worden als deel van de zwarte kousen-kerk, als deel van de politionele acties in Indonesië of Sebrenica, zo mogen we ook niet alle moslims als medeverantwoordelijken voor de moord op Foley benaderen. Ga op het werk of in de buurt het gesprek met die mensen aan, en vraag wat zij er van vinden. Het grote gevaar is dat door dit soort daden, die worden gepleegd in de naam van hun God, deze mensen worden geïsoleerd. Er zijn heel veel redelijke moslims, gewone mensen zoals u en ik.
In de vierde plaats: de radicale Islam heeft zijn gezicht laten zien. Het is als de boekverbranding 1933 door de Nazi’s of de Reichkristalnacht van 1938. Toen heeft het Nationaal Socialisme zijn ware en wrede gezicht laten zien. Nu heeft de radicale Islam van IS zijn ware gezicht laten zien. Churchill heeft eens gezegd: ‘we have to be intolerant to those who are intolerant’. Zo is het ook hier. Dit kan en mag niet geaccepteerd, noch vergoelijkt worden. Iedereen die dat wel doet moet bij zichzelf te rade gaan. Het ware goed dat de moslimgemeenschap wereldwijd, zoals ook the Moslim Brotherhood in Engeland heeft gedaan, of de groot moefti van Saoedi Arabië, openlijk afstand neemt van wat er hier in de naam van Allah is geschied. Dit kan en mag niet vergoelijkt worden. Er is in het leven een streep. En die ligt hier.
In de vijfde plaats. In het christelijk geloof is de gedachte, dat iedereen eens voor de rechterstoel van God zal moeten verschijnen. Dat betekent: ieder mens wordt ooit eens gevraagd verantwoording van zijn leven af te leggen. Ik weet dat we hier op de grens van de taal komen. En ook komen wij op de grens van ons voorstellingsvermogen. Maar: wij zijn op aarde gezet met een doel. Dat doel halen wij wel of dat doel halen wij niet. Of dat doel halen wij ten dele. Het geloof spreekt uit, dat er iets is als ‘een eindevaluatie van ons bestaan’. Wij mensen plegen, gelovig of niet, aan het eind van ons leven zelf ook de balans op te maken. In het christelijk geloof wordt gezegd dat er tevens een andere instantie is, God, voor wie wij de balans opmaken.
‘God is liefde’, zegt Johannes, ‘in Hem woont geen duisternis’. Op een andere plek zegt de psalmist: ‘God is gerechtigheid, in Hem zullen vrede en gerechtigheid elkander omhelzen en kussen’. Hier vinden wij de drie punten voor het bestaan: liefde, gerechtigheid, vrede. Deze drie woorden, liefde, gerechtigheid en vrede zijn de drie ijkpunten voor het menselijk bestaan. Het zijn ook de drie universele grondthema’s, voor zover in het kan zien, niet alleen in het christendom, maar ook in de andere wereldgodsdiensten. Een mens als Hitler, die zo veel haat, onrecht en geweld heeft ontketend in zijn bestaan, heeft op de goddelijke schaal tevergeefs geleefd. Hij hoort niet in de hemel thuis. En waar God liefde, vrede en gerechtigheid is, wil hij daar ook helemaal niet zijn. De dader die James Foley heeft onthoofd, heeft om niet geleefd. Hij is een schande voor zijn ouders, hij is op dit moment een schande voor de humaniteit.
Wij mensen moeten er alles aan doen om daders van onrecht voor de menselijke instituties van gerechtigheid te brengen. Uiteindelijk komen wij allen te staan voor God, de hoogste baas. U, en ik, en ieder mens. Dat klinkt ernstig. En dat is het ook. Wij leven op aarde niet voor niets. Het leven is een kostbare en serieuze zaak. De wordingsgeschiedenis van de mens, zoals opgetekend in het Bijbelboek Genesis, getuigt van een Schepper, die zo veel energie en aandacht heeft gestoken in deze wereld. Ik denk aan alle filosofen, politici en mensen die gevochten hebben en gestreden hebben voor vrede. Zij hebben zo veel energie gestoken in deze wereld. Al wat er nu is aan goeds en moois, het is deel en resultaat van hun niet aflatende inzet.
Wij zijn geschapen om God zichtbaar te maken in ons leven. Wij zijn geschapen om de gaven die wij gekregen hebben aan het licht te brengen. En daarmee de humaniteit en onze schepper te eren. Wij zijn geschapen om daar waar God liefde is, zelf een boodschapper van liefde te zijn. Wij zijn geschapen om daar waar God gerechtigheid is, zelf een kleine geleider te zijn in de grote stroom die leven heet. Wij zijn geschapen om daar waar God vrede is, zelf een klein getuigenis van vrede te zijn.
De grote wereld kunnen wij niet veranderen. In het geloof gaat het niet om het grote; het gaat om het geloof in de kracht van het kleine, de kracht van het mosterdzaadje. In het geloof gaat het om een leven, God ter eren, onze naaste tot heil. Wie dat doorheeft, die leeft natuurlijk nog in deze onvolmaakte en geschonden wereld. Wie dat doorheeft leeft nog op aarde, maar is tegelijk verbonden met de hemel. ‘Wat baat het de mens, als hij de hele wereld wint, maar schade lijdt aan zijn ziel?’ De ziel is bron en basis van liefde, de ziel is bron en basis van God. Dat kostbare in ons is geroepen te bloeien en te groeien. Tot heil van ons zelf. Tot eer van onze naaste. Tot eer van onze schepper.’
Vind-ik-leuk Aan het laden...