Over Aldi – en De Balken

De gemeenteraad neemt vanavond een besluit over Aldi. In de afgelopen periode is het beeld ontstaan dat de komst van Aldi in de Blaricummer Meent de doodsteek zal zijn voor C1000/Coop en wellicht voor het hele winkelcentrum (…) De Balken. De uitkomst van de Oog-poll (hoe betrekkelijk die ook moge zijn, ofschoon hij als representatieve steekproef de toets der statistici ruimschoots zal doorstaan) wijst er in ieder geval niet op dat de opvattingen van de burger een unaniem ‘tegen’ rechtvaardigt, een unaniem ‘ja’ overigens ook niet.

Uit onderstaande tekst kan men voorts concluderen dat:
a) het veronderstelde negatieve verband tussen De Balken en een Aldi is er niet;
b) de veronderstelde doodsteek lijkt veeleer een stimulans te kunnen worden.

  1. C1000/Coop heeft een veelvoud van 100.000 euro kostende verbouwing afgerond terwijl het a) niet zeker was dat De Balken zou worden gerenoveerd en b) er een kans bestond dat er een Aldi-vestiging zou komen in de Meent. Kennelijk zijn de supermarktdeskundigen van het concern ervan overtuigd dat het met het negatieve verband tussen de resultaten van hun veranderde winkel enerzijds en het al dan niet renoveren van De Balken en de eventuele komst van een Aldi anderzijds wel mee zal vallen. De opvatting van ondernemer Nijenhuis is: ‘Je moet er altijd voor zorgen dat je zo sterk mogelijk voor de dag komt.’ Hij ziet hoe dan ook de toekomst met veel vertrouwen tegemoet.
  1. Bakkerij Tetteroo heeft geen enkel geluid afgegeven dat hij gaat (of zal moeten gaan) sluiten als a) De Balken niet wordt gerenoveerd en/of b) er een Aldi zal komen in de Meent. Collega Wassenaar (beide ‘warme’ bakkerijen zijn qua assortiment redelijk tot goed met elkaar te vergelijken) zegt dat hij alleen van een Aldi een beetje last zou krijgen als die zou gaan stunten met ‘vijf broden voor vijf euro’. De kans daarop is minimaal.
  1. Haarstudio5 heeft geen enkel geluid afgegeven dat zij gaat (of zal moeten gaan) sluiten als a) De Balken niet wordt gerenoveerd en/of b) er een Aldi zal komen in de Meent.
  1. Voorheen Drogisterij Engel staat al geruime tijd leeg en heeft derhalve een negatief rendement. Geen renovatie zal dat rendement niet verbeteren noch verder verslechteren; de komst van Aldi zal de kans op verhuur eerder doen toe- dan afnemen.
  1. Dit geldt ook voor voorheen Rabobank en later voorheen Bloemenzaak Calis.
  1. Het kennelijke faillissement van de linker shoarmatent (en nu leegstand) heeft niets te maken met (het gebrek aan) de kwaliteiten van De Balken.
  1. Het lijkt erop dat de twee andere snackbars renderen zonder dat er daarbij een duidelijke relatie bestaat met De Balken als zodanig. Het is zelfs niet uit te sluiten dat beide zaken in hun huidige omgeving beter (…) tot hun recht komen dan in een nieuwe De Balken. Beide zaken zijn niet gevoelig voor een Aldi – sterker: het valt niet uit te sluiten dat de komst van een Aldi sowieso zal leiden tot omzetverhoging van de beide snackbars, in wat voor De Balken dan ook.

De conclusie op basis van het voorgaande is ten eerste dat er maar een betrekkelijk of misschien zelfs maar een summier verband bestaat tussen de resultaten plus de plannen van de ondernemingen in De Balken en het wel of niet renoveren daarvan, en ten tweede dat het verband tussen die ondernemingsresultaten en de komst van een Aldi-vestiging helemaal niet negatief zal zijn – mogelijk zelfs positief. De gestelde eis dat via een bestemmingsplan moet worden overeengekomen dat er tot 2027 geen Aldi of andere supermarkt in de Meent zal komen, moet dan ook als onrealistisch worden beschouwd – los van het feit dat het juridisch niet haalbaar is.

Wat natuurlijk wel zo is, is dat de consument (met 4500 Bijvanckers en Meenters de grootste ‘partij’ in deze discussie!) een opgeknapte c.q. gerenoveerde De Balken zal waarderen en dat zal zich voor alle winkels vertalen in meer bezoek en meer aankopen. De omzetten zullen ook stijgen doordat renovatie betekent dat er 30 woningen (dus 50 tot 70 consumenten) bijkomen. Overigens mag worden aangenomen dat het in gebruik zijn van alle verkoopruimten waarschijnlijk de grootste positieve invloed zal hebben op zowel de individuele als het totale rendement van De Balken. Daarnaast moet worden vastgesteld dat de mate van synergie van het huidige winkelbestand bepaald niet groot is.

Uit de Oog-poll blijkt geenszins dat een gerenoveerde De Balken vooral gedragen zou worden door de consumentenmening ‘en geen Aldi’. Ruim 60% is voor de een of andere combinatievorm, dus voor de ‘en-en’-situatie. Tegenover de kwalificatie van ‘onbetrouwbare overheid’ kan dan ook heel goed het ‘goed bewijs van regeren is vooruitzien’ worden gesteld.

Over precedentwerking (‘Als Aldi mag, dan willen wij ook!’) kan worden gemeld dat het college van B&W daarvoor het eerste filter is. Als B&W, op grond van uitgebreide informatie, consultatie en belangenafweging, tot de conclusie komt dat een vestigings-aanvraag niet moet worden gehonoreerd, dan zal dat zo zijn en dan stopt daar dat traject. Als het college van B&W om wat voor redenen dat ook vindt dat de aanvraag wél kan worden gehonoreerd dan wel het college tot een neutrale (kanwel/kanniet-) conclusie is gekomen, dan wordt de kwestie voorgelegd aan de gemeenteraad. Indien die afwijzend besluit, kan de aanvrager naar de Raad van State gaan. (Zie hieronder.)

Over bestemmingsplannen en provinciale beschikkingen valt te zeggen dat die met name bestaan als garantie voor de rechtszekerheid. Omdat situaties, ambities en inzichten echter structureel kunnen veranderen, bestaat er de mogelijkheid van bestemmingsplannen en beschikkingen middels ontheffingen af te wijken. Het inzicht dat de plannen voor de Meent mogelijk te ambitieus waren, de meest recente cijfers over de woningmarkt (het niet echt op gang komen daarvan en de komende verkoopgolf van babyboomer-huizen), alsmede de lokale financiële verhoudingen, kunnen redenen zijn om eerder gestelde doelen bij te stellen. Daar komt bij dat er landelijk een duidelijke verandering waarneembaar is ten aanzien van het kunnen vestigen van supermarkten op bedrijfsterreinen. Die verandering houdt in dat zowel provincies als de Raad van State daar vandaag de dag bepaald welwillender in zijn dan voorheen.

De slotconclusie kan geen andere zijn dan dat er tussen renovatie van De Balken en de omzetten/rendementen van de ondernemers aldaar en de komst van een Aldi-vestiging in de Blaricummer Meent niet of nauwelijks een verband bestaat. En zo er een verband bestaat, dan is het eerder heel goed mogelijk dat dit voor De Balken-ondernemers positief zal blijken te zijn. Voor de inwoners van de Bijvanck lijkt het ‘en-en’ het meest gewenst te zijn – en voor de 1500 toekomstige inwoners van de Meent waarschijnlijk des te meer.

Ten slotte lijkt precedentwerking op zich niet een echt sterke reden om de aanvraag van Aldi af te wijzen. Er is voldoende bestuurlijke ruimte om, in combinatie met de beoogde woningbouw in de Meent en goede planologische wil, te komen tot een gebalanceerde en voldoende hoogwaardige invulling van de openbare ruimte.

 

De gemeenteraad wordt veel wijsheid toegwenst.

 

Rekkelijken versus preciezen, vers 11

(Dit is een fotoblog, maar nu even niet.)

Hoe gaat het met de Dorpskerk?

Die vraag is de afgelopen zomer niet zo vaak gesteld. Enerzijds omdat het in het late voorjaar duidelijk was geworden dat de dominee was ‘losgemaakt’ van de kerk en anderzijds omdat de mens de achterliggende periode overspoeld is door wereldlijkse zaken zoals de zomervakantie(s), het WK-voetbal, de crash van de MH17, Syrië, Oekraïne, ISIS, de komst van Gordons tent Blushing en last but not least de ‘Feestweek’ en de daarover naijlende dan wel oplaaiende discussie.

Maar nu her en der dat profane stof wat is neergedwarreld, de bladeren gelijksoortige bewegingen gaan maken en spieren en geest weer wat zwaarder aan gaan voelen, wordt die vraag ook wat vaker gehoord: Hoe gaat het met de Dorpskerk?

De dominee is dus ‘losgemaakt’ (er was geen delict noch schuldvraag, maar duidelijk (…) was wel dat hij aan een aantal van de kerkleden (een ellendig kleine fractie) geen stichting meer kon brengen en dus (…) het veld diende te ruimen). Tot 1 augustus jl. moest hij alhier zijn mond houden, mocht wel buiten de gemeente preken (hetgeen hij onder andere heeft gedaan in Naarden en elders in het land) en per 1 november a.s. moeten hij en zijn echtgenote de pastorie aan de Torenlaan hebben verlaten. Inmiddels hebben zij in Laren een woning gevonden en lijken daar vol goede moed (‘in good spirits’) en met kennelijke mentale veerkracht een nieuw thuis van te maken.

Het kerkbezoek is door de gehele kwestie sterk teruggelopen. Waar de kerk aan het Oranjeweitje (voorheen de Dorpskerk) doorgaans op zondag met zeker 100 kerkgangers redelijk tot goed gevuld was en ook met bijbelgroepen en andere activiteiten zinvolle verbindingen maakte tussen geloof en wereld, komt het aantal bezoekende zielen heden ten dage niet of nauwelijks boven de 30 uit. Het kan niet anders dan dat dit ook wordt (of is) vertaald in een sterke afname van de inkomsten van de kerk.

Al ruim voordat de PKN zijn archaïsche zo niet feodale en in ieder geval ondemocratische en beschadigende besluit tot losmaking nam, heeft de voorzitter van de Kerkenraad laten weten dat ‘als de dominee eenmaal zou zijn opgestapt, ook hij zou aftreden en plaats zou maken voor een nieuwe voorzitter’. Dit voornemen is een of meerdere keren genotuleerd en meerdere keren in gesprekken geuit.

Voelt u hem al aankomen?

Enkele maanden geleden heeft de huidige Kerkenraad (die dus bepaald niet representatief is voor de kerkgemeenschap van de kerk aan het Oranjeweitje) besloten aan drie personen uit het kerkelijke midden een informatieopdracht te verstrekken. Het schijnt dat met name de vraag moest worden beantwoord hoe er een nieuwe Kerkenraad tot stand zou kunnen worden gebracht en wie daarvan lid zouden (kunnen willen moeten) zijn. Al dan niet als gevolg van redelijk nadenken bestond het informateurstrio (een vrouw en twee heren) uit (simpel gezegd) een rekkelijke, een precieze en een neutrale.

Eind juli is er advies uitgebracht. Dat hield in, mede gezien de constatering dat zolang de huidige voorzitter van de Kerkenraad in functie blijft, het niet mogelijk is om uit de gelederen van de kerkleden een nieuwe Kerkenraad te realiseren. Daarom is geadviseerd om de huidige Kerkenraad inclusief de voorzitter te laten aftreden en een interim-voorzitter (met name genoemd) de opdracht te geven volgens de geldende regels een nieuwe Kerkenraad tot stand te laten brengen.

Dit alleszins redelijke en bruikbare advies is echter door de Kerkenraad afgewezen als ‘voldoet niet aan de verwachting’. De informateurs kregen een bedankbriefje, maar ze hebben niet de gelegenheid gekregen om hun advies te komen toelichten. Naar verluidt heeft de voorzitter van de Kerkenraad daarbij de toon gezet door op het advies te reageren met ondermeer ‘ik laat mij niet wegsturen’.

Nu schijnt de Kerkenraad bezig te zijn ‘iets te bedenken’.

Deze nieuwe ontwikkeling – die diverse kerkleden al tot de reactie heeft gebracht ‘van hem zijn we dus nog niet af’ – heeft ertoe geleid dat rekkelijke leden van de kerkgemeenschap bezig zijn hun gelijkdenkende medeleden te mobiliseren. Men wil voorkomen dat de huidige Kerkenraad ‘tussen neus en lippen door’ maar mogelijk wel op formeel juiste manier een nieuwe Kerkenraad formeert. Er schijnen initiatieven in de maak te zijn om de kerkleden (wederom, expliciet) de vraag voor te leggen: ‘Wilt u een traditionele, naar binnen gekeerde kerk, of wilt u een open, wereldlijkse kerk?’ Ofwel: wil men een kerk zoals de huidige Kerkenraad die voorstaat en waarin de kerk de afgelopen twee jaar is veranderd, of wil men een kerk zoals de weggestuurde dominee de afgelopen jaren tot stand had gebracht? Wil men met andere woorden een kerk die het naargeestig kille bunkerdomein is van de preciezen, of wil men een kerk die het warme thuis is van en verrijkende voedingsbodem voor de rekkelijken?

De uitkomst zal niemand verbazen – de signatuur van de nieuwe Kerkenraad dan evenmin. Dus is er hoop.

Wordt vervolgd.

///

Dit is nu weer een fotoblog.

Uit het archief …

… van hei & wei. Geschreven in …
… 1995!

Ze zijn terug

Praktisch zonder onderbreking hebben ze 14 of wellicht 21 dagen loom en gestaag vervettend aan zee geluierd en op terrassen gezeten aan bars en tafels vol exquise gerechten en fantastische wijnen – thuisgekomen is het eerste dat ze doen naar een terras gaan om elkaar weer te ontmoeten, en een daar een wijntje op te drinken. Dat heet: om, gedrenkt in flink wat Chablis of sangria quasi-jolig maar toch ook heel competitief, tegen elkaar op te bieden over de kwaliteit van hún vijf-(nou, eigenlijk zes-)sterrenhotel, hún AAA-super de luxe grande resort chique de friemel. En terwijl in een van die door drank en ego-kwaak ontstane momenten van onoplettendheid een van hun kinderen net niet wordt platgereden, is er even later zowaar heel even ruimte voor het verslagje over een taxitochtje naar het binnenland – ‘waar die oude boertjes van vroeger nog wonen, weten jullie wel …, haha!’.


En dan komt er een verhaaltje over een klein pittoresk dorpje, een schattig kerktorentje, kleine warme straatjes met aandoenlijke huisjes; een verslagje met zelfs een aparte zin over de stilte die daar hing en die zo opviel en dat het daardoor zoveel stiller was dan aan de kuststrook waar zij dus heel luxe zaten – maar die verderop en tot voorbij de horizon grondig en onherstelbaar is aan- en opgevroten door de witte betonbouwkanker van de 24/7 decibelrijke toeristenindustrie en de internationale vastgoedmaffia waar zijzelf wellicht portemonneeplezierige relaties mee hebben.
Al gauw wordt het verhaaltje over dat warme straatje en de stilte die daar leek te wonen overspoeld door nog meer wijn en nog meer grote, glimmende en gulzige verhalen over wij en ik en voor ons het beste. Met zoveel kracht en zoveel volume en zoveel weggelachen onzekerheden dat al dat gebral en geraas tot in de wijde omtrek is te horen – ook in onze eigen kleine warme straatjes waar de stilte een paar weken per jaar lijkt te wonen, maar nu alweer bezig is haar koffers te pakken. Want ze zijn terug – de ziel- en cultuur- en stijlloze nieuwgeldpatsers met dat hele dunne laagje beschavingsvernis, dat alleen al door die overdoses aan zonnebrandlotion en eau de toilettes is gaan bladderen waardoor er snel groter wordende vlekken peilloos niets zichtbaar zijn geworden – ze zijn terug.

Oog was ‘erbij’

09:12 uur, Schiphol: president Barack Obama wordt verwelkomd door mininster van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans. Daarna direct door naar het Museumplein.
Bron: screenshot NOS.

Rekkelijken versus preciezen, vers 10

(Dit is een fotoblog, maar nu even niet.)

‘Ja, we hebben gewonnen.’
Aldus beantwoordde naar verluidt de voorzitter van de kerkenraad van de Dorpskerk vorige week zondag na de kerkdienst een vraag. ‘Ja, we hebben gewonnen.’

Wie in de kwestie rond de dominee van de Dorpskerk de uitspraak van het Generale College van de Ambtsontheffing (GCA) van de PKN leest, ziet dat er van schuld nergens sprake is. Van ‘feiten en waarheden die binnenkort op tafel zullen komen’ zoals een van de dochters van de voorzitter van de kerkenraad vorig jaar op Oog tamboereerde (voorzien van de dwingende suggestie dat er vervolgens onzerzijds een excuus verschuldigd zou zijn), is niets gebleken. Van (zeer) bedenkelijke zaken die de privacy van de dominee aangingen en daarom op een toelichtingsbijeenkomst voor de leden van de kerk niet genoemd mochten worden, is niets gebleken. Van de roddels over en de achterklap jegens de dominee die vilein-diplomatiek zijn neergeschreven in het kerkorgaan Onderweg, is niets overeind gebleven. Van het ‘dossier’ dat door het restant van de deels buiten haar zittingstermijn opererende kerkenraad was aangelegd, is niets overeind gebleven. En van alle pogingen om de integriteit van de dominee aan te vreten en te bezoedelen is niets gehonoreerd.

Het enige dat het GCA heeft kunnen dan wel durven vaststellen, is dat er een ‘vraagstuk’ bestaat. De dominee, zo is gebleken, kan niet meer ALLE leden van de kerkgemeenschap stichting brengen. Hoeveel precies? 20, waarvan een deels van elders. Van de 310 actieve leden hebben er 290 een de petitie ondertekend en daarin aangegeven dat wat hen betreft de dominee zou moeten blijven. Maar omdat 290 dus niet 310 is, oordeelde de GCA dat er een ‘vraagstuk’ was, dat de dominee geen stichting meer kon brengen zoals bedoeld (…), en dat hij derhalve kon en mocht en moest worden losgemaakt van de kerk. Aldus besloten.

Als elke relatie (privé dan wel zakelijk dan wel idealistisch) zó zou worden benaderd, dan zou Nederland uit 17 miljoen vrijgezellen bestaan, een volledig tot stilstand gekomen economie hebben en niet of nauwelijks nog vrijwilligerswerk en goede doelen kennen.

Een middelmatige leerling uit groep 6 van willekeurig welke basisschool dan ook kan elke volwassene uitleggen dat de werkwijze in de deze van de kerk ondemocratisch is. En elke modale volwassene kan (en móet) elke leerling van elke basisschool uitleggen dat als 10 mensen en 10 verdwaalde meelopers een bloeiende organisatie van 290 personen onderuit halen en kapot maken, dat je dat moet beschouwen als verschrikkelijk onrechtvaardig – en angstaanjagend.

Van winnaars kan in deze volstrekt geen sprake zijn. Van ‘alleen maar verliezers’ echter evenmin. Wat dan, wat is dan het resultaat van dit alles?

Als je met de personen praat die horen tot de 290 die de dominee willen houden, dan krijg je in de gaten wat het resultaat is. Eerst denk je dat het om een individuele en misschien wel wat overtrokken reactie gaat, een particuliere gevoeligheid, een emotie van voorbijgaande aard. Maar stilaan word je bekropen door een gevoel van sinisterheid, van de verwurgende duidelijkheid dat je hier getuige bent van een walgelijke combinatie van het naargeestige uit de Middeleeuwen en het mensonwaardige uit het heden.

Als je met de personen praat en hun verdriet voelt, hun stil- en murw-geslagen zijn op hun gelaat ziet, hun ingehouden woede, hun verbittering … – dan krijg je, of je dat nou wilt of niet, steeds meer zicht op het feit dat het gore gedrag van die griezelige minderheid bij hen onder de huid is gekropen en een stuk van hun ziel heeft weggenomen.

Je ziet dat ze lijden onder de terreur van de preciezen, onder de nu ervaren eeuwenlange stilstand van de kerk in haar omgang met oprechte en devote gelovigen. Je ziet dat ze het slachtoffer zijn geworden van morele kopschoppers die bij hen de bijbelvreugd eruit hebben gebeukt, slachtoffers zijn van verminkers van het geloof, slachtoffers zijn geworden van een laffe sluipmoord op de dominee en op henzelf en hun kerkgemeenschap – ze zijn slachtoffer geworden van misbruikers van de kerkregels en van het vertrouwen en de verantwoordelijkheden die zij aan die misbruikers hadden gegeven.

Als je met ze praat en vooral aanhoort en op andere manieren met hen communiceert, dan zie je dat ze – volstrekt onnodig en o zo onrechtvaardig en angstaanjagend – in het mooiste bezit en in de belangrijkste houvast dat ze hadden, zijn bedrogen. En dat ze met de kern van hun constatering geen raad weten: de kerk heeft zichzelf misbruikt.

En dat zelfmisbruik heeft tot een bevlekte ontvangenis geleid: hun Dorpskerk, die zich van binnen en buiten de gemeente Blaricum mocht verheugen in een royale en stimulerende belangstelling en waardering voor de open en seculiere en zeker ook zuivere benadering van het geloof, die kerk is door toedoen van een roversnest verworden tot een sekte. Reden om voor te stellen de Dorpskerk vanaf nu aan te duiden met ‘die kerk bij het Oranjeweitje’ of simpel ‘dat kerkgebouw daar’. Net zolang tot zij weer een dorpskerk is.

Er zijn dus geen winnaars, er zijn ‘niet alleen maar verliezers’. Er zijn enerzijds slachtoffers, beroofd van hun geloof en gewond of erger door een niet of nauwelijks meer te helen hap uit hun ziel; en er zijn walgelijke en angstaanjagende beschadigers, de hedendaagse versie van de tijdloze belichaming van moreel misbruik. En daaromheen de Blaricummer samenleving: verontrust en verontwaardigd, her en der verstoord door frictie, onmin en verachting.

In NRC van dit weekend komt in een artikel in de serie over gezinnen Johan Groot Nibbelink aan het woord. Hij en zijn gezin gaan elke zondag naar de kerk. Hij zegt: ‘God geeft mij ook eigenwaarde. Hij heeft mij gemaakt, dus mag ik zijn zoals ik ben.’ Je hoeft niet gelovig te zijn om direct te begrijpen dat Groot Nibbelink hier een universele waarde onder woorden brengt. Die net zo goed geldt bij BVV ’31 als in de kroeg van een studentencorps, die net zo goed geldt in Zeeland als bij de liberale islamieten, die net zo goed geldt voor de boeddhisten en voor Jan Modaal op drie-hoog-achter in de Dapperstraat. Die kennelijk evenwel niet geldt voor de dominee van de Dorpskerk te Blaricum, die kennelijk niet geldt voor 290 van de 310 actieve gemeenteleden. Hier kon geen plaats zijn voor christelijke waarden, geen plaats voor ruimte en respect, hier kon geen plaats zijn voor genegenheid, bescheidenheid en liefde. Hier was alleen maar plaats voor een religieus fundamentalisme dat door zijn geniepigheid en zijn vuige morele onwaardigheid aanschurkt tegen een misdaad tegen de lokale menselijkheid. Geloofroof staat immers wereldwijd op één lijn met ontvoering, psychische mishandeling en de verkrachting van het recht op vrije meningsuiting en informatievergaring. Grondrechten schenden mag nergens en nooit worden getolereerd – ook niet in het Blaricum van 2014.

Logisch dat de dominee in beroep gaat. Naar zijn zeggen niet alleen voor zichzelf, maar ook ‘omdat de rechtspositie van predikanten binnen de PKN dus heel wankel is’. Ook langs andere lijnen zal het besluit van de GCA worden aangevochten. De landelijke media zullen niet zonder informatie blijven. Hoe meer steun hij krijgt, des te beter het is.

En het ‘kerkvolk’ zelf – legt dat het hoofd in de schoot, sluit het zich schoorvoetend en mopperend en morrend in de komende tijd weer aan? Gaat het in op de oproep van nota bene de voorzitter van de kerkenraad aan de ‘Broeders en Zusters’ om nu ‘te werken aan heling en verzoening in de gemeente’?

Of komt er een betoon van weerbaarheid dat weergaloos zal zijn?

///
(Dit is nu weer een fotoblog.)

Dorpsgenoot Gordon – van zijn goede kant

Beste Mark Rutte,

Ik heb zojuist de meest vreselijke beelden gezien van mensen uit Rusland die worden gemarteld, publiekelijk worden gemolesteerd, vernederd noem maar op en allemaal om de reden dat ze anders geaard zijn. De beelden hebben mij en ik denk heel veel andere mensen, gay of niet diep geraakt. Een schending van alles wat betamelijk is op het gebied van mensenrechten. Hoe is het mogelijk dat een land als Nederland dit tolereert? Zijn we echt blind? Ik kan niet geloven dat iemand zoals jij die ik zo hoog heb zitten niet onder de indruk is van alle kritieken die al zijn geuit op dit vlak. Wegen de handelsbelangen dan echt zoveel zwaarder dan al het leed van die mensen die daar nu niet zichzelf kunnen zijn? Jullie gaan vandaag heerlijk businessclass met de hele delegatie van onze belastingcenten naar Sostji, wij als Nederlandse staatsburgers betalen die hele kermis, wij steunen hiermee indirect dit mensonwaardige beleid van dat land. Ik schaam me diep als Nederlander dat mijn koning en mijn koningin daar vanavond handen staan te schudden met mensen die bloed aan hun handen hebben, dit allemaal negeren en trots zijn op de ‘grote’ delegatie die dus klaarblijkelijk zich niets aan trekt van de stem van het Nederlandse volk! Jullie moesten je doodschamen dat jullie daar met droge ogen gaan zitten.
En dat hele gesprek met Poetin stelt geen moer voor, hij lacht je uit zodra je de deur uit loopt. Veel sterker had geweest dat je net als zoveel andere landen er niet had geweest uit protest! Je kan alsnog je beslissing nemen na het zien van de beelden die ik heb gezien, dat je naar huis komt, naar je volk die jou hebben gekozen als leider en vertrouwenspersoon! Wil je dit ook aan de koning en koningin doorgeven? Dank je alvast.

Gordon
(op zijn eigen Facebook-pagina)

Update 15:12 uur: Rutte belt Gordon.

De brandweercommandant ging boodschappen doen

De brandweercommandant stapte op zijn fiets en reed naar de supermarkt. In zijn jaszak had hij een boodschappenlijstje en onder de snelbinders een boodschappentas.

Aangekomen bij de supermarkt zette hij zijn fiets op slot, pakte de tas en ging naar binnen. Daar haalde hij het lijstje uit zijn zak en zag tot zijn verbazing dat er dit keer wel erg veel op stond. Nu goed, het zal allemaal wel nodig zijn, dacht de brandweercommandant en hij begon de schappen langs te lopen.

Tien minuten later stond hij zijn volle kar bij de kassa af te rekenen. Het was heel wat en terwijl de cassière vlijtig alles aansloeg, stond de commandant alvast in te pakken. Na het pinnen ging hij daarmee door en kwam erachter dat lang niet alles in zijn boodschappentas ging. Hij legde een doos eieren bovenop tussen de hengsels, klemde een fles wijn onder zijn linkerarm, pakte met zijn linkerhand een pak rietsuiker, een grote zak chips en ook nog een flesje knoflooksaus en tilde met zijn rechterarm de boodschappentas op. Voorzichtig liep hij naar de uitgang, maar omdat zijn aandacht werd getrokken door een fotograaf ging er iets mis en de doos met eieren viel krakflats op de grond. Eierstruif spatte op zijn schoenen en tegen zijn broekspijpen aan. Hij deed een stap opzij, botste tegen een karretje aan, waardoor de wijnfles onder zijn arm vandaan glipte en met een harde klap op de tegelvloer aan stukken viel. Hij probeerde de fles nog te pakken en liet daarom het suikerpak, de chips en de sausfles los, die daardoor ook op de grond vielen en openbarstten.

Daar stond de brandweercommandant, met een scheefhangende tas vol boodschappen, met zijn nu gele schoenen in de kapotte eieren, in de rode wijn, wolken van suiker rond de enkeltjes en chipjes die in dat alles ronddreven en ook nog de knoflookgeur die zich indringend begon te verspreiden. Hij voelde zich uitgeblust en treurig en het geheel wás ook treurig. Opeens schoot het door hem heen dat dit nooit was gebeurd als hij een tweede tas had gehad. En tóen …

… en toen – terwijl medewerkers van de supermarkt aan kwamen rennen om de brandweercommandant uit zijn penibele situatie te halen – toen kreeg hij langzaam doch gestaag het overweldigende gevoel dat hij nu meer dan ooit van het leven begreep.

///

(Zo, dit is nu weer een fotoblog.)

Het gezwam van Van der Zwan

In hei&wei nr. 437 staat op pagina 3 van het gemeentedeel een bericht van Brandweer Gooi en Vechtstreek (zie hieronder). Voorzien van de eigen steunkleur en buiten de competentie van de redactie probeert regiocommandant John van der Zwan niet alleen ‘de brandweer van morgen in Blaricum’ te verkopen, maar ook de uitname van de 2e TAS te rechtvaardigen.

Alom wordt de tekst van Van der Zwan afgedaan als gezwam.

Op basis van wat er werkelijk gaande is zou de introtekst van Van der Zwan als volgt moeten zijn:
‘De brandweer in uw regio verandert. Met het thema ‘Bloedrood’ wordt er gewerkt aan een brandweer die langzamer, dommer en zwakker is, en die de oorzaak zal zijn van meer incidenten, slachtoffers en schade. Daar zijn we helemaal niet trots op, vooral omdat het uw veiligheid verkleint.’

Vanwaar deze cynische tekst?

1. Van bezuinigingen is geen sprake. Het nieuwe model betekent dat er bij incidenten twee voertuigen met 2 respectievelijk 4 brandweermannen ter plaatse komen, tegenover nu één voertuig met 6 man. Je hebt geen lagere school nodig om te begrijpen dat een uitruk met twee voertuigen duurder is dan met één.

2. De bezuiniging dient 15% te bedragen. De ervaring leert dat als organisaties moeten bezuinigen, staf en hoofdkantoor praktisch altijd de onderdelen zijn waar het meeste ‘vet’ zit en waar derhalve het hardste kan/mag/moet worden bezuinigd. Op de staf van de regio zal nog geen 5% worden bezuinigd, op de post Blaricum ruim 30%. Dat is volstrekt ongeloofwaardig. En in vergelijking met de twee andere posten waar een TAS is/wordt uitgenomen (Hilversum en Weesp), is de bezuinging in Blaricum ook veel groter. Genoemde posten hadden en hebben immers veel meer voertuigen.

3. Het verhaal over verbeterde aanrijtijd is onzin. Ja, het voertuig met 2 man zal (mits die niet uit een andere gemeente moet komen) wellicht eerder ter plaatse zijn dan een TAS met 6 man, maar die 2 man kunnen weinig tot niets uitrichten. Door het ‘opknippen’ gaan kostbare seconden dan wel minuten verloren. Gemiddeld zullen de 6 brandweermannen later ter plaatste zijn. Hetgeen betekent dat de veiligheid voor de burger niet toeneemt maar sterk afneemt.

4. Bij grotere incidenten zal de tweede aanvalslinie uit een aangrenzende gemeente (Laren of Huizen) moeten komen. Dat  betekent in vergelijking met het alhier hebben van 2 TAS’sen extra tijdverlies, plus een negatief effect doordat brandweermannen uit andere plaatsen gemiddeld gesproken het plaats incident minder goed kennen dan lokale brandweermannen. (De kans dat Brandweer Huizen hier komt oefenen is gering.)

5. Onderzoek wijst uit dat de ‘opgeknipte’ uitruk (dus 2 plus 4 in plaats van 6) er bij de betrokken brandweerlieden toe leidt dat er een gevoel van onveiligheid ontstaat. Immers: met twee man kun je geen lange aanvalslijn maken, maar als je als brandweerman bij een brandend pand komt met mensen erin, blijf je niet buiten wachten totdat de andere 4 komen en/of na nog meer minuten de versterking uit het andere dorp. Maar de noodzakelijke back-up is er die eerste seconden  of minuten niet. Met andere woorden: zowel andere organisatie als bezuiniging maakt het ook voor de brandweermensen onveiliger.

6. De regionalisering en bezuining zullen met zich meebrengen dat er bij de bemanning van de uitrukkende TAS niet meer wordt gewerkt met het systeem van de vrije instroom (de eerste zes brandweerlieden (wie dan ook) die na een alarm op de kazerne komen, gaan op uitruk), maar met voorkeursgroepen dan wel piketten. Dit zal tot tijdverlies leiden en tot demotivatie. ‘Voor een brandweerman is er niets erger dan het zien wegrijden van de achterlichten.’

7. ‘Er komt meer ‘lopend’ rood op straat.’ Goed klinkende taal van een communicatie-adviesbureau, maar alhier volstrekte onzin. De vrijwilligers van Brandweer Blaricum besteden per jaar veel meer uren aan voorlichting en uitleg dan het gemiddelde ‘professionele’ korps.

Morgenavond vergadert de gemeenteraad over deze kwestie. De leden wordt veel wijsheid en moed toegewenst.

‘Brand is erger’ (3)

Vanavond vindt er in het gemeentehuis aan de Kerklaan een RTG plaats. Op de agenda staat het beoogde uitnemen van de tweede TAS van de brandweer. Twee teksten willen wij u niet onthouden.

Rob Bruintjes, raadslid Hart voor Blaricum:
‘Het bestuur van de veiligheidsregio Gooi- en Vechtstreek heeft besloten om de slagkracht van het korps Blaricum te halveren en zal daardoor direct ten minste 9 brandweervrijwilligers overbodig te maken. Dat is op zich al een onbegrijpelijk iets in een tijd dat je moeilijk vrijwilligers kunt aantrekken.

Maar wat zijn de consequenties voor u, inwoners van Blaricum?
In de nieuwe situatie rukt de brandweer Blaricum nog maar uit met vier mensen. De twee aanvullende collega’s zullen uit Huizen moeten komen met een ander voertuig. Kost zeker 10 minuten extra. En mocht er een 2e auto (met 6 man) nodig zijn kost dat minimaal 12 minuten extra! Gevolg van deze vertraging is dat de regionale brandweer ervoor zorgt dat uw huis gecontroleerd afbrandt … Blussen en redden heeft dan geen zin meer!
Met vele anderen concludeer ik dat het Dekkingsplan 2.0 niet klopt. Het is een theoretische benadering die niet strookt met de cijfers uit de praktijk. Daarbij: er is nog geen RIP (risico inventarisatie profiel) van alle gevoelige objecten in Blaricum. Aan het feit dat onze gemeente het hoogste percentage rietenkappen heeft, wordt voorbijgegaan!
Het korps Blaricum heeft zich in de afgelopen tijd positief opgesteld en heeft meegewerkt aan het vinden van oplossingen, tot aan combivoertuigen toe die in Nederlands overal worden ingezet. Maar zonder resultaat.
Kortom: Blaricum, wordt wakker en stelt u zich massaal achter uw brandweerkorps op, voordat het verdwijnt. Gebruik uw juristen nu eens voor een algemene zaak en zet ze in om tegen deze gevaarlijke ontwikkeling te vechten.’

Vakvereniging Brandweer Vrijwillgers:
‘De VBV is van mening dat de brandweerzorg in uw gemeente straks niet meer voldoet aan de wettelijke bepalingen. Een TS2 en/of TS4 kan niet worden aangemerkt als adequate aanvulling op de aanwezige slagkracht. Het ‘wegsaneren’ van materieel en personeel zal dus zeker zijn weerslag vinden in de brandveiligheid. Wij adviseren u derhalve de huidige slagkracht van het korps Blaricum te handhaven en het college van B&W opdracht te geven dit bij het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio aan de orde te stellen.’

///
(Dit is nu weer een fotoblog.)

‘Brand is erger’ (2)

Tekst van Henk van den Bergh van smederij aan de Brinklaan.

‘Linda, mooi verhaal. Het klopt. En ja Co, je verhaal doet mijn hartslag weer verhogen als ik er aan denk…. Voor het eerst stond ik zelf aan de andere kant….Brand in het rieten dak van de Smederij. Nu was het niet mijn pieper die afging met de melding. Iets wat mij jaren het adrenaline door de aderen heeft doen jagen om snel voor de medebewoners van het dorp inzet te plegen om te blussen /redden.Nee, nu moest ik zelf bellen en maar hopen dat de brandweer er ondanks de gladheid er snel was.

Het gevoel wat in je kruipt als je dit meemaakt is niet fijn. Het vertrouwen in ONS korps stelde mij niet teleur. In een woord geweldig als ZE er zijn. De inzet/hulp/aktie met bijgaand risico die ONZE VRIJWILLIGERS tonen om je pand te redden (Ook van idd Huizen en Laren) is onbetaalbaar. Nu wist ik pas echt hoe het voelt als je hebben en houden vlam vat.

Ik begrijp er dan ook niets van dat men het , naast de vrijwilligers zelf, belangrijkste “gereedschap” weghaalt en dan verwacht dat alle man/vrouwschappen gemotiveerd blijven.

Het is als ze bij ons in de Smederij de hamer weghalen en toch verwachten dat je het ijzer kunt smeden.’

‘Brand is erger’

Tekst van Linda Eggenkamp:

“Brand is erger!”, riep mijn moeder als ik me weer eens ergens over opwond. En hoe erg brand is, dat weet je pas echt als het om brand in een gebouw gaat waar jij zeer bij betrokken bent. Toen mijn moeder terug kwam van een brand in haar bedrijf, de plek waar nu de brandweerkazerne is gevestigd, beaamde ze haar eigen gezegde: “Brand is echt heel erg”.De brand waarbij ik emotioneel zeer betrokken ben, is de boerderij van benzinestation Vos, in de nacht van 15 op 16 augustus 2008. Wakker worden van sirenes, een rode gloed door de kleine slaapkamerraampjes zien en niet weten of je eigen huis of dat van de buren in de fik staat. In een moordtempo naar beneden, deur van het slot, in je pyjama naar buiten rennen en daar zien dat circa 20 minuten na de eerste melding (door een brandweerman op de fiets naar de kazerne voor het blussen van een containerbrand elders in dorp) de vlammen al metershoog uit het rieten dak van de bijna buurboerderij slaan. Ik raak niet heel snel in paniek maar die nacht sta ik uren te trillen op mijn benen. We mogen Onze Lieve Heer op onze blote knieën bedanken dat het vrijwel windstil is en de brand niet overslaat naar de omliggende rietkappen.

Ik zie dat vanuit een hoogwerker duizenden liters water per minuut de boerderij in worden gespoten. Het water reikt tot de bovenkant van de voorramen, de muren staan bol van de waterdruk, maar op het dak grijpt het vuur onverminderd om zich heen. Over de volle lengte van de boerderij tot een meter of tien, vijftien hoog de lucht in. Al dat water en al dat luxe materiaal uit Hilversum, Bussum of weet ik waar, het is te laat. Het is ook nog eens pure waterverspilling.
Ik herinner mij de brand in de houtfabriek van Fecken, op een vrijdagavond in de winter ongeveer halverwege de jaren tachtig. Het is etenstijd en ik krijg de opdracht mijn vader uit de schuur te halen voor het avondeten. Geen vader in de schuur. Geen idee waar hij is. Even later rinkelt de telefoon, een vriendin meldt de brand bij Fecken. We weten meteen waar Henk Eggenkamp, brandweerman, is.

Toen de pieper ging, is hij langs onze voordeur gesprint, geen tijd om zijn brandweerpak mee te grissen die vlak achter de deur hing, door het gat in de heg (speciaal voor spoeduitrukken gecreëerd) naar de kazerne aan de Verbindingsweg. Daar greep hij een reserve-jas en een reserve-helm en sprong in de brandweerautoauto. Op slechts enkele meters naast de houtfabriek liggen twee grote boerderijen met rieten daken. Geen tijd te verliezen.
Onze Blaricumse brandweermannen weten als geen ander dat je alleen kans maakt bij met name rietkapbranden als je er heel, heel snel bij bent. Ik heb respect voor alle extra tijd en extra energie die jullie nu stoppen in de bewaking van de veiligheid van Blaricum!

Blaricumse politiek en regiobrandweer, veel wijsheid bij jullie beslissingen. Houd in jullie achterhoofd dat brand erger is én dat elke seconde telt. Vooral in Blaricum.

Hallo kindertjes, weten jullie waar Homs …

… ligt? Eh …

… lag?
Bron: twitter.

Rekkelijken versus preciezen, vers 9: de duiding

(Dit is een fotoblog, maar nu even niet.)

Het was kerstavond, heel kort geleden. De vrouw was niet van het geloof, maar had gewoon zin om die avond even onder de mensen  te zijn. Ze ging naar het kerkgebouw dat dichtbij haar huis stond, hoorde al van verre het Nu sijt wellecome en ging naar binnen. Zij kon zich herinneren dat ze hier wel eens eerder op een kerstavond was geweest en dat haar daarvan vooral de sfeer van warmte en genegenheid was bijgebleven.
De vrouw zag dat de kerk vol was en bleef ergens achteraan staan. Een vrouw die op een verhoging stond sprak woorden die ze niet verstond, ging voor in een gebed waar zij maar weinig van begreep en toen kwam er een dominee achter de lessenaar staan. De vrouw kende de dominee niet, het was niet de dominee die zij verwacht had. En terwijl er weer werd gezongen, viel het de vrouw op dat de lichten in de kerk onplezierig fel waren, dat de mensen er wat gebogen bij zaten, alsof ze aan een plicht moesten voldoen waar ze veel liever iets anders hadden gedaan. De vrouw vond opeens dat het in de kerk kil was en zielloos, ze voelde zich helemaal niet meer op haar gemak, draaide zich om en verliet het gebouw.

Even later stond de vrouw op het grasveld voor de kerk en luisterde naar de geluiden van de nacht. Ver weg plofte wat voortijdig vuurwerk, een enkele auto reed voorbij, de wind had zijn stormjas weer had uitgedaan en fluisterde nu door de bomen.
De vrouw, ofschoon zij dus niet van het geloof was, kreeg een idee. Ze zou, als alle geparkeerde auto’s en die enkele fiets weer weg waren en alle kerkgangers naar huis waren gegaan, hier even voor middernacht terugkeren. Dan zou ze, ofschoon ze dus niet van het geloof was en zich bepaald niet een verloren dochter voelde, de twaalf slagen afwachten en dan zou ze hardop aan de God van de kerk vragen waarom er overal in de wereld oorlog en ruzie was, zelfs in de kerk waar zij nu voor stond.

Thuis bracht de vrouw de volgende anderhalf uur door met lezen in een boek over liefde, een beetje tv kijken, wachten en wat nootjes eten. Tien minuten voor twaalf  stond de vrouw op van de bank en besloot dat ze zo ongebonden mogelijk datgene zou gaan doen wat ze van plan was. Ze deed haar horloge af en legde haar mobiel en ook haar tas op de keukentafel. Ze trok haar jas weer aan, sloot de voordeur af en liep terug naar de kerk. De nacht was nog stiller geworden, het grasveld voor de kerk was inderdaad helemaal leeg. De vrouw ging zo ongeveer in het midden ervan staan en wachtte totdat de kerkklok met twaalf slagen de kerstnacht over zou laten gaan in Eerste Kerstdag. De vrouw besefte dat het naderende tijdstip voor velen over de gehele wereld van grotere betekenis was dan het bereiken van een normaal middernachtelijk uur en ze hoopte dat het aanstonds voor haar ook iets bijzonders zou opleveren. Ze voelde zowaar een beetje de spanning die ook in haar kwam toen vele, vele jaren geleden haar juf op de lagere school met kerst een verhaal voorlas en het klaslokaal versierd was met vers dennengroen en elk kind op haar of zijn lessenaartje naast het inkpotschuifje in het bakkelieten pennenbakje een brandend kaarsje had staan.

De vrouw wachtte. En wachtte. Op een gegeven moment dacht ze even dat ze zich vergist had, of dat ze thuis niet goed op de keukenklok had gekeken. Toen hoorde ze vanuit de verte een kerkklok één keer slaan. De vrouw was even verward, maar besefte toen dat het de kerkklok uit de naburige gemeente was die aangaf dat het kwart over twaalf was. Even twijfelde de vrouw nog, maar ze wist toch wel heel zeker dat ze de hele tijd volledig bij haar positieven was geweest – de klok van de kerk voor haar had niet geslagen. Ze liep naar de toren toe en keek omhoog. De vrouw was  verbluft – op de wijzerplaat die ze zag zaten geen wijzers … Ze liep om de kerk heen en zag dat er ook op de andere drie wijzerplaten geen wijzers zaten.

De vrouw liep terug naar het midden van het grasveld en keek vanaf wat afstand naar de kerk. Haar gedachten tolden en buitelden over elkaar heen. Was zij eindelijk zo ver gekomen dat ze met de God van de kerk en het geloof waar ze dus niet van was een gesprekje aan wilde gaan, bleek dat niet te lukken. Ze wilde teruglopen naar huis, voelde teleurstelling, boosheid en misschien ook wel wat eenzaamheid – totdat er opeens, eerst langzaam als een aarzelend vlammetje aan het uiteindje van een strootje en allengs sneller en meer en heftig gelijk een krachtig vuur, haar een duidelijkheid overkwam die haar bijna de adem benam, eerst angstaanjagend was en haar vervolgens met grote rust vervulde.

De kerkklok had niet geluid – nu begreep zij het: God had gezwegen. De wijzerplaten hadden geen wijzers – nu begreep zij dat ook: God had de tijd stilgezet. Júist na een jaar waarin de kerk die hier voor haar stond was vergiftigd en verscheurd door een zinloze ruzie, een ordinaire machtsstrijd, een middeleeuwse botsing tussen het heden en het voorbije, had God gezwegen. Was dat niet een superieure manier van het geven van een duiding? En dat wijzerloze – de tijd was stilgezet, ongetwijfeld omdat het ongelooflijke dat in deze kerk was gebeurd niet verdiende bij het leven te horen, geen bijdrage was geweest aan de groei en de ontwikkeling die elke mens en elk samengaan behoort door te maken.

Met een ongekende rust in zich ging de vrouw terug naar huis. Weliswaar was dat gesprekje met de God van het geloof waar zij dus niet van was en ook nu niet van zou worden, er niet van gekomen, maar desondanks of misschien wel juist daardoor had zij de afgelopen minuten oneindig veel geleerd.

///
Dit is nu weer een fotoblog.