Categorie: gedicht
Gedicht

Gedicht
The old foul bitches grabbed the power
that turned out to be rotten meat
of aborted babies, tortured hope
and lost birds that fell out of the sky
killed by the one curse and the other lie.
So now slothfully on that thrones of mistreat
they grimly overlook their supposed empire
that appears from the bottom against each hill
filled with foamy stinking self-eating mouls
and the sound and smell of coping slime.
They don’t see the nothingness they reign
the destruction they mindless gave birth to
they think they did well – no regrets and still
none of their senses notice the sword behind
that will shred them to shit of the same kind.
Gedicht

Gedicht: Damstil

Gedicht
Natuurlijk ben ik blij
dat je kip weer naar buiten mag
eendrachtig jullie ophokplicht volbracht.
Vervelend dat er dan heel mediterraan
een serieuze straaljager crasht en daardoor
heimwee door de broze Belgenlinie vlamt
– maar ja, wie voorzag deze diametraal
in de warmte van het Dionne Stax-journaal?
Net zo goed als die stijve Chinese eierleiders
die voor ons kalfsvlees hartelijk zijn ontdooierd
naast onze premierachtige – of veel liever zelfs.
Natuurlijker dan Herr Ross, of ‘de nieuwe jongen’
waarvan zelfs je kip net voldoende weer geneest
– hadden ze niet iets sterkers? Iets Syrischers?
Uiteindelijk komt het allemaal bloesemend rond
met hier een dode baby op het balkon, een kraker
aan het kruis en daar de Dom vijf jaar in de steigers.
Je ziet de lijn toch ook – dat snoer van metaforen:
het is de tijd die zwijgt en ritmisch rijgt en daarna
trekt en striemt en smoort tot verbazing berusting
en dan die zweem van avondmist vol oud verlangen
naar dat lege strand, met alleen jouw naakt, bezweet
en je ogen die de smalle voetstappen volgen
tot in de lome branding die steeds maar weer breed
tandenloos en mummelend de zee omslaat.
Zeg het maar …
The Eye
The empty mind you finally display
ten weeks into the yogic agony
of your silent retreat, you will discover
in the stages of a gin hangover.
So too the self you slaughtered in the bliss
of her astonishing astonished kiss,
the loch in starlight or the late quartet
is what your dog knows as its waking state.
All I mean is soul just can’t allude
to that pretty trance you might know twice a year
when the ape is somehow home enough or mind
is lost enough for both to disappear,
but what is leaves unguarded and unblind.
Its holocaust. Its vast solicitude.
Don Paterson
Gedicht

Gedichtenbundel Tijdelinge
Naast de gedichtenbundel Aardelinge (2017) is nu ook verkrijgbaar Tijdelinge.
75 gedichten over de thema’s leven, spiritualiteit, verdriet, vrolijkheid en actualiteit.
Hier kopen.

Gedicht van Ester Naomi Perquin, Dichter des Vaderlands
(let op de derde regel …)
Staat
Verlos ons van de hooligans, het brullen in de straten. Van treinen die niet rijden
en van de themaweek. Van volledig automatisch doorgeladen haten,
de liegende politicus. De koffie en de cake.
Verlos ons van vergunningen en van ons welvaartsvet. Pyjamadag. Bejaardenflat.
Van het burgerbijstandsteam en vaste inlooptijden. Van hoofddoekvrees,
van religieus besnijden. Van lange rijen op Schiphol,
de aanklampmails van goede doelen. Van posterhoofden, viltstifttrekkers,
peervormigheid en sta-op-stoelen. Van aftapping en pseudovraag.
Van mensen die mijn land zeggen en hun buurt bedoelen.
Van dertig soorten pindakaas en zestig soorten brood. Van sushibar,
vuurwerkshow en dansen na de dood. Verlos ons van de bontkraag
en van de kansenwijken. Van kaas met plastic randen
en van speelgoed voor de rijken. Van voorlichting met aardbeismaak.
Digitaliseren. Van witgewassen auto’s die je nergens kunt parkeren.
Van optimisme, beeldschermliefde, hypnotherapie.
Van de Hitler-vergelijking en de rok over de knie. Van Facebookrel,
begrotingsfout, van dreigen met de hel. Van de weekheid
der nuance en de domheid van het geld.
Van vegasnack en suikertaks. Van metrolijn en brekend steen.
Van ingevlogen superfruit. Van hoogbegaafdheid in groep 1.
Van kleuren voor volwassenen en kinderen die roken.
Van mantelzorg en schuldgevoel. Van balancerend koken. Van cowboys,
indianen, van speelgoedactivisme en studerende vandalen.
Van steeds gekwetste zielen. Van stropdaspolemiek.
Van alle holle vragen op de labels aan de thee. Van twitterpolitiek
en ijsbeertjes op zee. Van vragenuur. Van kast, van muur,
van doeners die niets blijvends meer bedenken.
Van denkers die wel weten maar niet doen. Van alle rare woorden
en hun nutteloze schrijvers. Van standbeeldangst en valse roem.
Verlos ons van de goddelozen en de predikanten.
Van thuiscompost en CO2. Van lekker tegen-alles, lekker voor-me-eigen.
Van kankerroepers, tegelfluimers. Sissers, graaiers, hijgers. Verlos ons
van parkeerbeleid, de taart met genderkleur,
de wachtmuziek, het supermarkthumeur. Van fietsendief, van festivals
en van reclameborden. Van dichte mist. Van verre pijn. Middenweg
en polderleed. Quinoasnorren. Sportschoolzweet.
Van jezelf te moeten zijn. Verlos ons van de hypotheek. Verlos ons
van de huur. Van jonge boerendochters, comazuipend
in een schuur. Verlos ons van de meerderheid.
De eenzaamheid. Het zaad. De varkenskop, de knuffelploeg, de knieval
voor de haat. Verlos ons van de meningen en van het stemlokaal.
Van privacy. Van ironie. Verlos ons allemaal.
• Bron: NRC Handelsblad, 21 maart 2018
Gedicht
Fluit ze in vergeeld Chinees
zing als fado in het Portugees
maar zeg ze niet in deze taal
laat staan als staal van Duits:
we hebben het niet geweten.
Je zag ze dansen op hun roze wolk
de majesteit en de papegaaien
met mastodonten en de klevers.
Zie de rat nog zoekend aan de rand
van hun beschimmelde onwetendheid.
Weet dat ze schrokken van de echo
uit de lege spiegel van hun ziel
waar moraal had moeten wonen.
Ze smeekten om dat eigen Jericho
uit hun wonden toen de waarheid viel.
Gedicht
Dwalend door de mestvaalt van mijn denken
lege kamers, holle zalen, dode haard
verrotte ramen die het zonlicht buigen
van de plek waar de tijd mijn ziel bewaart,
zie ik op de balken grauwe vuile uilen
volgevreten kennis uit mijn vervallen staat.
Wat rest en rent zijn vale hagedissen
de dood die wenkt in hagelwit gewaad.
Vier doktoren stormen dronken binnen
grijpen naar het poeder voor mijn levenseind
voltooien mag, maar zonder orgaan te vervuilen,
zonder dat het andermans levenskans verkleint.
De staat bepaalt het liefst wanneer te overlijden
getreden wordt mijn recht op stoppenwens;
de dood is handel voor de politieke beesten
mijn lijf in hergebruik – ik sterf tot doorleefmens.
Gedicht
Giftige stenen zijn gisteren gevallen
ratelend en later als een ranseling
gestaafd door de mannen in het grijs
van de onschuldige ochtendmist,
weg uit de echovolle ontzettendheid
van het dode, het verpulpte
dat (na de geslaagde steniging)
vannacht nog krampte en kotste
en daar nu stil en oneindig pril
(als blijk van blauwe ongeborenheid)
in alweer de maagdelijke lenteweide
vasthangt aan de wilgen
die zij nooit meer zullen knotten.
Ik ben zo’n grijze man
en waardeer het wel
zo’n grootse gruweldood – ook van jou
te mogen overleven.
In de mist gelukkig te zijn.
Gedicht
Je bent een werkelijkheid gaan dromen
in het bestaan dat niet te vermijden was.
Gesprekken voer je nu vaak met muren
aan de spiegel hangt een lach vol stof.
Als de bel gaat voel je altijd oude tranen,
als de wind vlaagt knijpt je keel zich dicht,
als je een mens ziet, denk je toch aan hem.
Was ik maar een vogel, dacht je gisteren
toen moest je glimlachen en nam je wijn.
‘s Avonds laat sloeg het herbeleven toe –
dat je jarenlang zijn mooiste leeuwin was
je plaats verloren had door dat dromen.
De leegte was gevolgd door diepe pijn
uitgekomen op een stille eenzaamheid.
Grijp de laatste zonnestraal, mijn lief –
de laatste! Er zit gewoon geluk aan vast.
Ontstijg wat jou nu knecht en ketent
sla af de angsten en die zwarte dromen
luister naar de lach die al eerder klonk.
Stijg op, word vogel en vlieg vrolijk naar
de tak bij de lach en koester je in de zon.
De kern
De kern van ons zijn niet
het schreeuwen van kleuren
niet de geur van luxe-beurzen
noch de sterren aan de bar
of die in de keuken –
het is de oneindige schoonheid
die zich in stilte neer laat leggen
over alles – zonder aanziens
van het wat, het hoe en wie,
de verbeelding van wat altijd
en overal onaanraakbaar is.
Groter hier.
