
Stil nachtje


(Dit is een fotoblog, maar nu even niet.)
Het was kerstavond, heel kort geleden. De vrouw was niet van het geloof, maar had gewoon zin om die avond even onder de mensen te zijn. Ze ging naar het kerkgebouw dat dichtbij haar huis stond, hoorde al van verre het Nu sijt wellecome en ging naar binnen. Zij kon zich herinneren dat ze hier wel eens eerder op een kerstavond was geweest en dat haar daarvan vooral de sfeer van warmte en genegenheid was bijgebleven.
De vrouw zag dat de kerk vol was en bleef ergens achteraan staan. Een vrouw die op een verhoging stond sprak woorden die ze niet verstond, ging voor in een gebed waar zij maar weinig van begreep en toen kwam er een dominee achter de lessenaar staan. De vrouw kende de dominee niet, het was niet de dominee die zij verwacht had. En terwijl er weer werd gezongen, viel het de vrouw op dat de lichten in de kerk onplezierig fel waren, dat de mensen er wat gebogen bij zaten, alsof ze aan een plicht moesten voldoen waar ze veel liever iets anders hadden gedaan. De vrouw vond opeens dat het in de kerk kil was en zielloos, ze voelde zich helemaal niet meer op haar gemak, draaide zich om en verliet het gebouw.
Even later stond de vrouw op het grasveld voor de kerk en luisterde naar de geluiden van de nacht. Ver weg plofte wat voortijdig vuurwerk, een enkele auto reed voorbij, de wind had zijn stormjas weer had uitgedaan en fluisterde nu door de bomen.
De vrouw, ofschoon zij dus niet van het geloof was, kreeg een idee. Ze zou, als alle geparkeerde auto’s en die enkele fiets weer weg waren en alle kerkgangers naar huis waren gegaan, hier even voor middernacht terugkeren. Dan zou ze, ofschoon ze dus niet van het geloof was en zich bepaald niet een verloren dochter voelde, de twaalf slagen afwachten en dan zou ze hardop aan de God van de kerk vragen waarom er overal in de wereld oorlog en ruzie was, zelfs in de kerk waar zij nu voor stond.
Thuis bracht de vrouw de volgende anderhalf uur door met lezen in een boek over liefde, een beetje tv kijken, wachten en wat nootjes eten. Tien minuten voor twaalf stond de vrouw op van de bank en besloot dat ze zo ongebonden mogelijk datgene zou gaan doen wat ze van plan was. Ze deed haar horloge af en legde haar mobiel en ook haar tas op de keukentafel. Ze trok haar jas weer aan, sloot de voordeur af en liep terug naar de kerk. De nacht was nog stiller geworden, het grasveld voor de kerk was inderdaad helemaal leeg. De vrouw ging zo ongeveer in het midden ervan staan en wachtte totdat de kerkklok met twaalf slagen de kerstnacht over zou laten gaan in Eerste Kerstdag. De vrouw besefte dat het naderende tijdstip voor velen over de gehele wereld van grotere betekenis was dan het bereiken van een normaal middernachtelijk uur en ze hoopte dat het aanstonds voor haar ook iets bijzonders zou opleveren. Ze voelde zowaar een beetje de spanning die ook in haar kwam toen vele, vele jaren geleden haar juf op de lagere school met kerst een verhaal voorlas en het klaslokaal versierd was met vers dennengroen en elk kind op haar of zijn lessenaartje naast het inkpotschuifje in het bakkelieten pennenbakje een brandend kaarsje had staan.
De vrouw wachtte. En wachtte. Op een gegeven moment dacht ze even dat ze zich vergist had, of dat ze thuis niet goed op de keukenklok had gekeken. Toen hoorde ze vanuit de verte een kerkklok één keer slaan. De vrouw was even verward, maar besefte toen dat het de kerkklok uit de naburige gemeente was die aangaf dat het kwart over twaalf was. Even twijfelde de vrouw nog, maar ze wist toch wel heel zeker dat ze de hele tijd volledig bij haar positieven was geweest – de klok van de kerk voor haar had niet geslagen. Ze liep naar de toren toe en keek omhoog. De vrouw was verbluft – op de wijzerplaat die ze zag zaten geen wijzers … Ze liep om de kerk heen en zag dat er ook op de andere drie wijzerplaten geen wijzers zaten.
De vrouw liep terug naar het midden van het grasveld en keek vanaf wat afstand naar de kerk. Haar gedachten tolden en buitelden over elkaar heen. Was zij eindelijk zo ver gekomen dat ze met de God van de kerk en het geloof waar ze dus niet van was een gesprekje aan wilde gaan, bleek dat niet te lukken. Ze wilde teruglopen naar huis, voelde teleurstelling, boosheid en misschien ook wel wat eenzaamheid – totdat er opeens, eerst langzaam als een aarzelend vlammetje aan het uiteindje van een strootje en allengs sneller en meer en heftig gelijk een krachtig vuur, haar een duidelijkheid overkwam die haar bijna de adem benam, eerst angstaanjagend was en haar vervolgens met grote rust vervulde.
De kerkklok had niet geluid – nu begreep zij het: God had gezwegen. De wijzerplaten hadden geen wijzers – nu begreep zij dat ook: God had de tijd stilgezet. Júist na een jaar waarin de kerk die hier voor haar stond was vergiftigd en verscheurd door een zinloze ruzie, een ordinaire machtsstrijd, een middeleeuwse botsing tussen het heden en het voorbije, had God gezwegen. Was dat niet een superieure manier van het geven van een duiding? En dat wijzerloze – de tijd was stilgezet, ongetwijfeld omdat het ongelooflijke dat in deze kerk was gebeurd niet verdiende bij het leven te horen, geen bijdrage was geweest aan de groei en de ontwikkeling die elke mens en elk samengaan behoort door te maken.
Met een ongekende rust in zich ging de vrouw terug naar huis. Weliswaar was dat gesprekje met de God van het geloof waar zij dus niet van was en ook nu niet van zou worden, er niet van gekomen, maar desondanks of misschien wel juist daardoor had zij de afgelopen minuten oneindig veel geleerd.
///
Dit is nu weer een fotoblog.

1, …

… 2, …

… 3.

Het eerste miljoen werd bereikt op 13 februari 2011, het tweede op 7 januari 2012, het derde op 25 september 2012, het vierde op 18 mei 2013. Dank u en verder maar weer.
Traditiegetrouw geeft Oog bij het passeren van een miljoen bezoeken aandacht aan een goed doel. Dit keer is dat de Wim Hof Foundation. Dorpsgenoot en reuma-patiënt-in-eindstadium Henk van den Bergh is met ‘iceman’ Wim Hof in aanraking gekomen en door zijn trainingsmethode is Henk zijn medicatie gehalveerd, zijn z’n gewrichten soepeler geworden, is de pijn verdwenen en de energie van weleer weer terug. Met 24 anderen (waaronder mensen die lijden aan MS, de ziekte van Crohn, kanker, reuma) gaat Henk in januari onder leiding van Wim Hof en gemonitord door het UMC uit Nijmegen de Kilimanjaro (5895 meter) beklimmen. In drie dagen in plaats van in zes, slechts gekleed in een korte broek. Klik op het logo rechtsboven geeft u meer info plus een bankrekeningnummer voor de broodnodige sponsoring. Doen!



Om 15 uur het voorleesbare kerstverhaal van Oog!


Met het naderen van Kerst voel ik de behoefte een klein bericht als groet aan u allen te sturen. Zo veel mensen hebben Nynke en mij de afgelopen dagen en weken gebeld, geschreven, gemaild, in winkels en op straat aangesproken.
‘Hoe gaat het?’, ‘Redden jullie het?’, ‘Wat gaat er allemaal gebeuren?’, ‘ Waar gaat u de Kerstnachtdienst voor?’ etcetera.
Om met het laatste te beginnen: voor het eerst in mijn bijna 25 jaar als predikant ga ik deze Kerst niet voor. Zelf hoop ik de kerstnachtdienst in Naarden te bezoeken.
Hoe gaat het? Wij allen krijgen in het leven wel eens iets te verstouwen, waar je niet om hebt gevraagd. Mensen die een kind krijgen met een handicap, het huwelijk dat plotseling explodeert, die knobbel in je lijf, waarvan de dokter zegt: ‘ik heb geen goed bericht voor u …’ In die lijn van ongevraagde levensgebeurtenissen voel ik mij ook.
De Bijbel staat vol met verhalen van mensen, die dingen meemaken, waar zij ook niet om hebben gevraagd. Ik denk aan Jozef, van een mooie jongen in een comfortabel leven, naar een verschoppeling in een put. Om niet te vergeten Jezus zelf. In denk aan de psalmist van Psalm 121, die door een donker gebergte heen moet gaan. ‘Vanwaar komt mijn hulp?’ roept hij uit. Al deze Bijbelmensen geven ook een antwoord: ‘van God’. God is de grond van ons bestaan. Natuurlijk, mensen geven je heel veel (ik kan daar over meespreken), maar als het stil wordt om je heen, je wakker ligt in de nacht …
Iedere kerkdienst begint met de woorden ‘Onze hulp is in de Naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakte heeft’.
Als je wakker ligt in de nacht, dan zegt de psalmist: ‘Kijk naar de sterren, en weet dat de Maker van dit al ook waakt over jou’.
Ik kan niet anders zeggen dat de schrift – ook in deze tijd – een zeer betrouwbare Bondgenoot is.
Het geeft rust je te enten op die oude woorden.
Het zijn oude, stevig robuust eikenhouten woorden, die thans mijn dragende delen blijken.
De beroemde Duitse theoloog Eberhard Jungel schrijft in een preek over Genesis 32, 30-32
Ja, voor iemand die zoals Israël hinkend de morgen ingaat,
Voor hem gaat de zon op.
En voor hem ontstaat uit dikke ondoordringbare nevels
Een verjongde wereld,
Zo fris als dauw,
Zo fris dat men de contouren en heldere kleuren van de eerste scheppingsdag
Duidelijk erin meent te onderkennen
En wij beginnen te vermoeden dat er een zonsopgang bestaat,
Waarop geen duisternis meer volgt.
Hartelijk willen Nynke ik u danken voor alle meeleven.
In al wat voor u, onze gemeente en ons allen komen gaat:
Gods zegen
Nynke en Jan Rinzema
Foto: Jan Rinzema.

… en cultuurbevestigend.
