Conclusies kunstgrasrapport in gewone taal

Morgenavond vindt er een extra RTG en raadsvergadering plaats over het kunstgrasrapport,
opgesteld door de Rekenkamercommissie.

Ofschoon het rapport glashelder is, vinden sommigen de conclusies toch wat ‘rapporttaal’

Oog heeft die conclusies herschreven – in straattaal. Nou weet iedereen het.

Fusieangst doorgeprikt

Rapport Dorpsidentiteit hier.

Vuile lucht …

… wie zegt daar wat over, bijvoorbeeld als ‘ het autoluw maken van het centrum van Blaricum-Dorp’?

Oog dankt oud-VVD-raadslid Boender en wenst haar Hattems succes

En let op het woord …
… rechtvaardigheidsgevoel.

Oog-tweet over kunstgras-gate krijgt waardering TU-hoogleraar Governance

Glashelder Rekenkamerrapport kraakt college, raad en griffie inzake kunstgras

4.2 Conclusies

Onderzoeksvraag 1: In hoeverre heeft de gemeente een uitgewerkt beleidskader voor bijdragen aan sportaccommodaties?
Blaricum beschikt niet over een gemeentelijk beleidskader voor bijdragen aan sportaccommodaties. Omdat een actueel meerjarenonderhoudsplan ontbreekt, is er geen duidelijk inzicht in (de noodzaak van) aanstaande vervanging van gemeentelijke sportfaciliteiten. In het geval van BVV’31 was wel sprake van afspraken met BVV’31 over klein en groot onderhoud en vervanging van sportfaciliteiten en – accommodaties. Deze afspraken zijn vastgelegd in de overeenkomsten van juli en november 2013.

Onderzoeksvraag 2: In hoeverre is er in deze casus sprake van een subsidie volgens de definitie in de Algemene wet bestuursrecht?
Volgens de criteria van de Awb is in deze casus sprake van een subsidie, waardoor verondersteld mag worden dat de gemeente zou handelen conform wet- en regelgeving en conform de gemeentelijke subsidieverordening en subsidieregelingen. Dit is echter niet gebeurd. Er is geen formele subsidieaanvraag ingediend en er zijn geen beschikkingen opgesteld. Bovendien zijn de subsidieverlening en -vaststelling gecombineerd en heeft er heeft geen controle van activiteiten plaatsgevonden. De gemeente heeft daarmee niet conform haar Algemene Subsidie Verordening gehandeld.

Onderzoeksvraag 3: In hoeverre valt de casus onder het gemeentelijk inkoopbeleid?
De op gemeentelijke grond aangelegde kunstgrasvelden zijn door natrekking gemeentelijk eigendom geworden, waardoor het gemeentelijk inkoopbeleid van toepassing was. De gemeente Blaricum had dus zelf via een meervoudig onderhandse aanbesteding een geschikte leverancier moeten kiezen. Dit heeft de gemeente niet gedaan. Er is van het gemeentelijk inkoopbeleid afgeweken, zonder daarin een expliciete afweging te maken. De raad is hierover niet geïnformeerd, waardoor deze zijn controlerende taak niet heeft kunnen uitoefenen.

Onderzoeksvraag 4: Op welk moment en op welke wijze heeft BVV’31 de gemeente geïnformeerd over de noodzaak van de vervanging van de kunstgrasvelden?
De beelden over wanneer de gemeente voor het eerst op de hoogte was van de noodzaak tot vervanging van het kunstgrasveld lopen uiteen. Daarom kan de rekenkamer geen oordeel vellen over de tijdigheid van de informatieverstrekking door BVV’31. Wel kan worden vastgesteld dat BVV’31 de gemeente geen inhoudelijk, financieel en juridisch onderbouwd conceptplan heeft voorgelegd.
Door te starten met de werkzaamheden voordat de gemeenteraad had kunnen besluiten, heeft BVV’31 de gemeente bovendien voor een voldongen feit gesteld: het gemeentelijk kunstgrasveld en natuurveld zijn door BVV’31 zonder expliciete toestemming van de gemeente vernietigd en vervangen door twee kunstgrasvelden.

Onderzoeksvraag 5: Hoe is het besluitvormingsproces bij de gemeente voor de aanleg van de kunstgras voetbalvelden van BVV’31 feitelijk verlopen?
Gelet op de omvang van de problematiek en op het hierboven samengevatte feitelijke verloop van het besluitvormingsproces, concludeert de rekenkamer dat er geen sprake is geweest van een regulier besluitvormingsproces, wat gegeven de situatie wel verwacht had mogen worden. Het gebruik van een motie VADO in plaats van een gedegen onderbouwd raadsvoorstel en het nemen van een besluit nadat de betreffende werkzaamheden al hebben plaatsgevonden, kan niet worden beschouwd als regulier besluitvormingsproces.

Onderzoeksvraag 6: Hoe heeft het college gehandeld in het besluitvormingsproces?
Het college heeft samen met de coalitie de motie VADO voorbereid en daarbij nagelaten om de raad te waarschuwen dat een dergelijke motie een onderzoek naar alternatieven zou beperken. Ook is het college niet open geweest naar de raad over mogelijke juridische consequenties van de voorgestelde constructie. Bovendien heeft het college nagelaten te inventariseren wat de mogelijke risico’s, alternatieven en andere belanghebbenden bij deze constructie zijn. Dit leidt tot de conclusies dat het college geen invulling heeft gegeven aan de actieve informatieplicht.

Onderzoeksvraag 7: Hoe heeft de raad gehandeld in het besluitvormingsproces?
De raad heeft invulling gegeven aan zijn kaderstellende rol door met de motie VADO specifieke kaders aan het college mee te geven en zijn controlerende rol ingevuld met de informatie die hij van het college vanwege de casus heeft gekregen. De rekenkamer is echter kritisch over het gebruik van een motie VADO op deze wijze, omdat de motie in feite de weg versperde om alternatieven te onderzoeken en risico’s in kaart te brengen, voordat de raad een definitief raadsbesluit zou nemen.

Onderzoeksvraag 8: In hoeverre hebben college en raad in dit besluitvormingstraject conform het accomodatiebeleid of de onderhouds- en vervangingsafspraken gehandeld?
De gemeente heeft geen accomodatiebeleid en de gemeente heeft daar dan ook niet naar kunnen handelen. Hoewel in 2013 wel onderhouds- en vervangingsafspraken tussen gemeente en BVV’31 zijn gemaakt, leidde de ‘packagedeal’ tussen het college en BVV’31 tot gewijzigde afspraken, het resultaat waarvan (de subsidie) uiteindelijk door de gemeenteraad is bekrachtigd.

Onderzoeksvraag 9: In hoeverre hebben college en raad in dit besluitvormingstraject gehandeld conform de wettelijke en gemeentelijke richtlijnen rondom geheimhouding?
College, raad en griffie bleken niet op de hoogte van de wettelijke bepaling dat een door het college opgelegde geheimhouding alleen in stand blijft als deze door de gemeenteraad in zijn eerstvolgende vergadering wordt bekrachtigd. Als gevolg daarvan hebben college en raad niet conform de Gemeentewet en de gemeentelijke regels inzake geheimhouding gehandeld.

Onderzoeksvraag 10: Wat is de reëel te verwachten technische levensduur van een kunstgrasveld en in hoeverre sluiten de afspraken tussen BVV’31 en de gemeente op deze levensduur aan?
De gemeente beschikt niet over documentatie waaruit blijkt dat de veronderstelde technische levensduur van de kunstgrasvelden van 15 jaar is. Deze levensduur blijkt ook niet uit de gebruiksgarantie van en het onderhoudscontract met de leverancier.

De centrale conclusie van de rekenkamer naar aanleiding van de hoofdvragen luidt als volgt:

De bevindingen van het onderzoek laten zien dat het besluitvormingsproces in deze casus niet met de vereiste zorgvuldigheid is verlopen. Aangejaagd door de gevoelde urgentie en de verleiding van een snelle oplossing – op aangeven van BVV’31 en door het college van B en W zonder adequaat eigen onderzoek overgenomen – heeft de gemeenteraad zelf via een motie VADO kaders gesteld voor de uitwerking van deze oplossing. Dit deed de raad ondanks dat een gedegen beleidsvoorbereiding ontbrak en zonder op de hoogte te zijn van de risico’s en consequenties van het beoogde traject. Het college had de raad door volledige informatie en een onderbouwd raadsvoorstel tijdig in de positie moeten brengen om zijn kaderstellende taak op verantwoorde wijze in te vullen. Daarnaast is in het besluitvormingsproces een aantal wettelijke en eigen gemeentelijke kaders op het gebied van subsidies, inkoop (en mogelijk aanbesteding), toezicht en geheimhouding niet of niet correct toegepast. Tot slot concludeert de rekenkamer dat de raad haar controlerende taak niet optimaal heeft kunnen uitoefenen vanwege de onvolledige informatie vanuit het college.

RKC-Rapport-kunstgrasvelden-BVV31.pdf

Brekend: extra RTG en raadsvergadering over kunstgrasdossier

 ///
Op maandag 19 maart a.s. wordt er een extra RTG gehouden vanaf 19.30 uur tot 21.00 uur in het BEL-kantoor Eemnes.
Daarbij zal het rekenkamerrapport over het kunstgrasdossier worden besproken.
Het rapport zullen de raadsleden vrijdag a.s. ontvangen.
De voorzitter van de Rekenkamercommissie is aanwezig voor de beantwoording van vragen.
Ook is er gelegenheid om in te spreken.
Aansluitend vindt er een meningvormende- en besluitnemende raadsvergadering plaats vanaf 21.30 uur.
///

Vanavond raadsvergadering over onder andere …

… de straatkleurpotloden en de OBB-schoolzone.
De verwachting is dat het als volgt gaat: hier.

Politiek met de Knip-Oog (13)

Rob Scholte kent u wel. Kunstenaar die in 1994 twee benen verloor bij een bomaanslag in de Jordaan.

Hij heeft nu een museum in Den Helder, het Rob Scholte Museum.

De gemeente wil hem weg hebben – wil daar een nieuw gemeentehuis bouwen.

D66-Den Helder heeft in haar programma staan: behoud van het RSM.

D66-wethouder Kuipers doet er echter alles aan om het RSM van de kaart te vegen.

Nu heeft D66-Den Helder een idee gekregen om het probleem op te lossen.

Een referendum.

 

///

Stippestappe stippestoep

In een autoluw centrum van Blaricum-Dorp (Strategische Visie 2030) zou dit niet nodig zijn.

‘Voor een veilige schoolomgeving, maar tegen potloden’

In een artikel (hier) dat Gooi en Eemlander deze week wijdde aan de onveiligheid rond de OBB, wordt een omwonende en ouder geciteerd:
‘Als ouder ben ik voorstander van de palen, als omwonende ben ik tegen.’

‘De palen’ – dat zijn de megagrote kleurpotloden die wethouder Boersen wil plaatsen, ter verduidelijking van ‘dit is een schoolzone’.

De omwonende/ouder heeft dat echter niet gezegd. Ouder in kwestie Maurits Aberson zegt dat hij zich eerder inderdaad publiekelijk heeft uitgesproken over de verkeerssituatie rond de school van ook zijn kinderen. Hij zegt: ‘Ik ben voor een veilige schoolomgeving. Maar ik ben tegen die potloden’. Dat bezwaar wordt door al zijn buurtgenoten gedeeld – en ook elders in Blaricum-Dorp is men van de schoolzone-potloden niet gecharmeerd. Passant/dorpsgenoot: ‘Mede door Boersen is in 2001 hier het dorpsgezicht verkloot – nu komt ze kennelijk terug om haar destructie af te ronden. Laat de raad haar alsjeblieft terugfluiten!’

Is kitesurfen wel vergund op Stichtse strandje?

Zoals gisteren gemeld zijn de kitesurfers bij het Stichtse strandje niet erg enthousiast over Blaricum aan Zee.

Het eilandje zou de wind wegnemen en zo. Een beetje draaien (van het eilandje) zou misschien wel helpen.
De kitesurfers zouden dan ook graag partij willen zijn bij verdere plan- en besluitvorming.
De verkiezingsperiode eigen deden diverse RTG-leden daartoe dan ook alvast uitnodigingen.

Wie zoekt op ‘kitesurfen vergunning’ komt genoemde locatie echter niet tegen.

Wel vindt men info over waar de kitesurfers beslist niet en waar wel terecht kunnen. Hier.
Onduidelijk is of kitesurfen alleen in de aangegeven zones mag, of dat er ook kan worden gedoogd.

De site kiteheart.com geeft evenwel duidelijkheid:
‘Officieel is kitesurfen in Nederland verboden. Dit verbod is vastgelegd in het Binnenvaart Politie Reglement.
Het kitesurfverbod is met uitzondering van de (meeste) kustwateren en plekken waar lokaal alsnog toestemming is verleend.’

Alvorens de kitesurfers (in welke organisatievorm dan ook) als formele partij uit te nodigen,
is het noodzakelijk dat wordt vastgesteld of kitesurfen bij het Stichtse strandje überhaupt wel mag.

Daarbij is het van belang te weten dat een vergunning niet wordt (is) versterkt door de gemeente,
maar door Gedeputeerde Staten en wel in het kader van de Natuurbeschermingswet.

Handig natuurlijk als de wethouder van kitesurfen en zo deze info in het vervolg paraat heeft.

Los hiervan is het een vraag hoe het argument van de Vrienden van het Gooi  – dat het eilandje
in een natuurgebied is gesitueerd – zich verstaat met ‘daar kitesurfen wij’. Want dat mag dan sowieso niet.

Nog een andere overweging is dat als het eilandje vooral in trek komt bij zwemmers, kanoërs en eventueel waterfietsers,
hoe dat te combineren is met het veel snellere kitesurfen? Indachtig de vergelijking dat men een zwarte piste in Zwitserland
niet over de Idiotenhügel (oefenweitje voor personen die nog niet kunnen skiën) laat lopen, moet natuurlijk wel tijdig worden beseft
dat de ene of eerdere actieve tak van watersport op een bepaalde locatie niet het unieke gebruiksrecht kan opeisen.