IJs ontmoet muziek

Ter gelegenheid van het Blaricum Music Festival heeft Caroline Kooij van De Hoop de Coupe Festival gecomponeerd. Samen met festival-organisator Peter Santa is de coupe vanmiddag geprobeerd en goed bevonden. Gedurende het festival (27 juni – 7 juli) is de coupe bij De Hoop verkrijgbaar voor € 7,50 en twee voor tien euro.

Kantelraampjes komen …

… voor de frisse lucht. Nu trouwens lekkere frisse juices verkrijgbaar.

Muzikantenontbijt

De Aspergeboerderij aan de Angerechtsweg is tijdens het Blaricum Music Festival voor de musici ‘eetzaal’.

Fluwelen superlullige einde

Wie bijvoorbeeld de armada van Blushing- en Bierweg-bakfietsmamsjes naar en van school ziet gaan, hoort in al het begeleidende gekwaak en gekwetter (al dan niet in of uit mobieltjes) dat één woord veelvuldig wordt gebruikt. De ene keer als op zichzelf staand bijwoord, dan weer gekoppeld aan andere bijwoorden. Het gaat hier om super, en om superleuk, supergoed, superlief, supermooi. Enz., enz. Met als chique variant een zinderende s en een lang aangehouden u – sssuuuuuper! – afgesloten met een op de hoofdstedelijke grachtengordel aangeleerde en op Ibiza of Ameland geperfectioneerde Gooise r. Je wilt geschikt zijn voor de import – of je wilt het niet, hè?

Het grappige is dat dit verbale lemmingengedrag door de gebruiksters vooral wordt gezien als bewijs van meetellen, van deze tijd zijn, ertoe doen. Superbelangrijk zijn. Modewoord? Ja, natuurlijk! We zijn immers (nog) erg in de mode, (hopelijk) erg up to date, erg … super! Vaak dus zijn het superego’tjes van onmetelijke omvang.

Wat de lieve snoetjes niet weten is dat super in feite een mager plebejersaftreksel is van een bewonderende krachtterm en taalkundige diamant uit de jaren zestig. Ja, 1966 en die omgeving. Toen vond men iets (dat goed of indrukwekkend was) niet simpel super, maar ‘het fluwelen superlullige einde‘.

Kijk, dát was tenminste een uitdrukking met eigenheid. Het hedendaagse super is daarnaast niet alleen dus een atrofisch kreetje (waarmee vroeger een orgasme werd gedegradeerd tot de hoestbui van een krekeltje), maar ook een potentiële bron van verwarring. Knapsnoetje komt met haar dikbillige glansmobiel aan de pomp, de pompbediende meldt zich bij haar half geopende raampje (ze kan natuurlijk niet zelf tanken) en zegt ‘Zal ik u volgooien?’ Het ondeugende ervan zal haar wel ontgaan en ze antwoordt blond en blij: ‘Ja, super!’ En als hij er dat dan (niet hem …) ingooit, terwijl ze diesel rijdt …

Enfin, onderstaand wat bewijs uit de Hitweek van september 1966. Let ook even op de prijs van die toen uiterst urgente periodiek.

Voor Bobby en Robine

Vanmiddag werden de laatste asperges in de tent van zMaakt genuttigd voor een goed doel. Zijnde de Bobby & Robine Foundation, genoemd naar twee kinderen (2 en 5 jaar) van Jan Willem Schermerhorn en Pamela Luijk – die allebei lijden aan de metabole stofwisselingsziekte CLN2 en een levensverwachting hebben die niet verder reikt dan hun achtste of tiende verjaardag …

Schermerhorn heeft besloten – voor en met zijn kinderen – de zware strijd tegen deze ziekten aan te gaan. Daar is veel geld voor nodig. Maarten en Caroline Beuningh maakten namens zMaakt een mooi gebaar, de 200 genodigden droegen ook ‘een en ander’ bij.

Waar kracht en hoop is, kan een toekomst zijn.