Kinderboek over een uniek jaar

Vanmiddag is in Moeke Spijkstra het kinderboek Groep 8 bijzonder en raar jaar van OBB-moeder Marije Boerboom gepresenteerd – het eerste exemplaar is aangeboden aan Johnny de Mol
Inspiratie voor het boek heeft Marije vooral gevonden in de jongste dochter, die gedurende de lockdown in groep 8 zat. Veel aspecten van de ‘schoolloze’ periode komen kleurrijk aan bod, met zijlijntjes zoals de heks die bij school rondhangt – een oude dame met dementie die heel graag weer naar school zou willen. Waarmee de lezers de les meekrijgen niet zomaar over iemand te oordelen en vooral wel goed voor anderen te zijn. Het boek (170 blz., € 20,99) is o.a. verkrijgbaar bij De Blaricumsche Boekhandel en de Larense Boekhandel.
boek1 - 1

Boek achterkant 11-6

Fluwelen superlullige einde

Wie bijvoorbeeld de armada van Blushing- en Bierweg-bakfietsmamsjes naar en van school ziet gaan, hoort in al het begeleidende gekwaak en gekwetter (al dan niet in of uit mobieltjes) dat één woord veelvuldig wordt gebruikt. De ene keer als op zichzelf staand bijwoord, dan weer gekoppeld aan andere bijwoorden. Het gaat hier om super, en om superleuk, supergoed, superlief, supermooi. Enz., enz. Met als chique variant een zinderende s en een lang aangehouden u – sssuuuuuper! – afgesloten met een op de hoofdstedelijke grachtengordel aangeleerde en op Ibiza of Ameland geperfectioneerde Gooise r. Je wilt geschikt zijn voor de import – of je wilt het niet, hè?

Het grappige is dat dit verbale lemmingengedrag door de gebruiksters vooral wordt gezien als bewijs van meetellen, van deze tijd zijn, ertoe doen. Superbelangrijk zijn. Modewoord? Ja, natuurlijk! We zijn immers (nog) erg in de mode, (hopelijk) erg up to date, erg … super! Vaak dus zijn het superego’tjes van onmetelijke omvang.

Wat de lieve snoetjes niet weten is dat super in feite een mager plebejersaftreksel is van een bewonderende krachtterm en taalkundige diamant uit de jaren zestig. Ja, 1966 en die omgeving. Toen vond men iets (dat goed of indrukwekkend was) niet simpel super, maar ‘het fluwelen superlullige einde‘.

Kijk, dát was tenminste een uitdrukking met eigenheid. Het hedendaagse super is daarnaast niet alleen dus een atrofisch kreetje (waarmee vroeger een orgasme werd gedegradeerd tot de hoestbui van een krekeltje), maar ook een potentiële bron van verwarring. Knapsnoetje komt met haar dikbillige glansmobiel aan de pomp, de pompbediende meldt zich bij haar half geopende raampje (ze kan natuurlijk niet zelf tanken) en zegt ‘Zal ik u volgooien?’ Het ondeugende ervan zal haar wel ontgaan en ze antwoordt blond en blij: ‘Ja, super!’ En als hij er dat dan (niet hem …) ingooit, terwijl ze diesel rijdt …

Enfin, onderstaand wat bewijs uit de Hitweek van september 1966. Let ook even op de prijs van die toen uiterst urgente periodiek.