Bentley parkeert, zo van ‘ik sta eigenlijk niet op de invalidenplaats, en maar een beetje op de stoep’.
Bestuurder wordt aangesproken, maar hij meent met gladde tong en lultekstje te kunnen blijven staan. Met natuurlijk de zo ontstellend zielige vraag of de aanspreker van de handhaving is.
De volgende die ‘alleen maar even enz.’ komt, zet navenant scheef de auto op de oprit (stoep), en laat ter verhoging van de feestvreugde de linkervoorportier open staan. Het is maar even, niet waar?
En dan komt er aan …
… de enige rechthebbende op dat stukje stoep: een jonge moeder met haar drie weken oude baby in de cosy.
Ze kan zich er met veel moeite tussendoor wurmen, tussen het gehufter door.
Omstanders reageren met misprijzen, een enkeling maakt een kritische opmerking. Misschien was er iets van beschaming – laten we het hopen.

Vind-ik-leuk Aan het laden...