Peter Lanphen: ‘Lekker beetje spitten, hè? Ben al wel 81, maar best gezond.’ …
‘Dit is malus. Rooie. Verderop staat ook nog gele.’

Peter Lanphen: ‘Lekker beetje spitten, hè? Ben al wel 81, maar best gezond.’ …
‘Dit is malus. Rooie. Verderop staat ook nog gele.’


‘Sandor. Hij vindt het heerlijk.
Kan niet wachten als we weer op pad gaan.’
‘Houdt alles tussen de benen en spaken door
goed in de gaten.
‘Uit Heemskerk en nu op de camping in Baarn.’
‘Tochtjes van zo’n 40 kilometer. Daar genieten
we alledrie van. Mooie omgeving hier.’

‘Blushing.
Vandaag de Zuiderzeeroute gedaan.
Vannacht slapen we in Huizen.
Dan morgen weer naar huis.
Pijnacker.’

‘Uit omgeving Den Bosch.’
‘Beetje Gooi en Vechtstreek en zo.’
‘Strandje? Goed idee.’
‘Vanavond weer thuis – bij de ventilator.’


‘Dus dan maar even stoppen.’
‘Uit Huizen,maar ook behoorlijk wat Blaricumse roots.’
‘Gerard van Jan Klaver, familie ook van Bep en Piet – van het Vitus.
‘Honda. Een van de 500 kopieën van die van Valentino Rossi. 280, 240 ooit zelf gedaan.’
‘Lekker rustig toeren door de Gooise dorpen. Terrasje.’


‘Sjonge meisjes, wat een rijtje …’
‘De nieuwe, hè.’
‘De nieuwe? Is de nieuwe er?’
‘Ja, de nieuwe is er weer.’
‘Goh … enne, wat doen ze met al die ouwe?’
‘Eh …’


Wat is dat, moeder?
Wat, Klein-Jan, wat bedoel je?
Daarboven ons, moeder.
Oh. Dat is des Heeren frisse blauwe lucht, Klein-Jan.
Nee, moeder. Dat brommende wit, moeder – wat is dat?
Oh dat, Klein-Jan. Dat is het heden dat de tijd uitvliegt.
Met rechte wolken, moeder?
Nee, Klein-Jan, met een vliegmachien.
Een wat, moeder?
Een vliegmachien, Klein-Jan. Kom, we gaan.
Ja, moeder.

Hallo, berin.
Hallo, beer.
Vind je mijn bal cool, berin?
Hm. Gaat wel, beer. Gaat wel.
Wat vind je dan wel echt cool, berin?
Echt cool, beer?
Ja, echt cool, berin.
Veel beren en berinnen.
Echt veel, berin?
Ja beer, echt veel.

Zo dan, berin?
Ja! Leuk hè, beer!

Oh, dus hij rijdt op Coca-Cola?
‘Haha, nee op elektriciteit.’
Oh … – dat is niet superduidelijk. Dacht dat het een fles was,
maar het is dus een batterij … ’t Spoort niet echt met de huisstijl.
‘Ben ik mee eens. Maar het zal op termijn wel duidelijk maken
waar Coca-Cola met z’n wagenpark van zo’n 800 eenheden
mee bezig is.’
En dat is?
‘Duurzaamheid, minder uitstoot, bijdragen aan het milieu.’
En zo’n Aziaat op elektriek, rijdt dat een beetje?
‘Van 0 tot 100 in zes seconden …’
Zo hé … net een cola-tic.
‘Ja, we zijn goed bezig.’

1. Er is een inrit/uitrit – heel erg zichtbaar.
2. Die is aan beide zijden gemarkeerd met roodwitte pilonnen (werk in uitvoering).
3. De infrastructuur van stoep en straat geeft aan dat er een inrit/uitrit is.
4. Met twee wielen op de stoep parkeren is verboden.
En dan vraagt de bestuurder van deze auto, als hij door de inrit-eigenaar op zijn parkeergedrag wordt aangesproken: ‘Ja, ik heb wel gezien dat er een inrit is. Maar gebruikt u ‘m ook als zodanig?’

Dame bij kassa is bijna klaar met afrekenen.
Cassière vraagt: ‘Wilt u voetbalplaatjes?’
Dame: ‘Nee, dank u.’ Kijkt achter zich – daar staat Oog.
Oog denkt ‘niet doen, ik heb zo de pest aan die vraag, níet doen!’
Dame: ‘Misschien wilt u ze?’
Oog (zucht …, oké, dan maar mild reageren hè, beschaafde humor maar toch duidelijk):
‘Nee dank u, ik verzamel alleen plaatjes van vrouwenhandbalsters.’
Dame: ‘Oh, maar deze zijn misschien leuk voor uw kleinkinderen?’
Oog: … (glop, 0-1 …).

Tijdens werkzaamheden op de eng bij de Bergweg gevonden door oerboer Willem van de Eemnesserweg. Wat het hele verhaal is (geworden) horen hij en Oog graag.

Reactie:

Nu maar hopen dat de niet-geplasticifeerde versie van de gelofte nog steeds bestaat en wordt beleefd.
Oerboer Willem verwacht u.
Kapster of zo opent portier en schuift blauwe kaart door.
Langzaam glijdt een plekjeszoeker voorbij – het had gekund, mits …
Toch maar even aanspreken.
‘Hoi, als je toch met die kaart bezig bent, zet je auto dan even netjes neer.’
‘Is niet mijn auto, hoor.’
‘Ja, maar je kunt toch gewoon de auto even goed zetten, je hebt de sleutels in je hand.’
‘Is niet mijn verantwoording.’
‘Oh. Trouwens: kaart doorschuiven mag ook niet.’
‘Is niet mijn verantwoording.’
Het bleef mooi weer in deze mooie wereld – dat wel.
