‘Maar gebruikt u ‘m ook als zodanig?’

1. Er is een inrit/uitrit – heel erg zichtbaar.
2. Die is aan beide zijden gemarkeerd met roodwitte pilonnen (werk in uitvoering).
3. De infrastructuur van stoep en straat geeft aan dat er een inrit/uitrit is.
4. Met twee wielen op de stoep parkeren is verboden.

En dan vraagt de bestuurder van deze auto, als hij door de inrit-eigenaar op zijn parkeergedrag wordt aangesproken: ‘Ja, ik heb wel gezien dat er een inrit is. Maar gebruikt u ‘m ook als zodanig?’

Kwelling voetbalplaatjes

Dame bij kassa is bijna klaar met afrekenen.
Cassière vraagt: ‘Wilt u voetbalplaatjes?’
Dame: ‘Nee, dank u.’ Kijkt achter zich – daar staat Oog.
Oog denkt ‘niet doen, ik heb zo de pest aan die vraag, níet doen!’
Dame: ‘Misschien wilt u ze?’
Oog (zucht …, oké, dan maar mild reageren hè, beschaafde humor maar toch duidelijk):
‘Nee dank u, ik verzamel alleen plaatjes van vrouwenhandbalsters.’
Dame: ‘Oh, maar deze zijn misschien leuk voor uw kleinkinderen?’
Oog: … (glop, 0-1 …).

‘Niet mijn verantwoording’

Kapster of zo opent portier en schuift blauwe kaart door.
Langzaam glijdt een plekjeszoeker voorbij – het had gekund, mits …
Toch maar even aanspreken.
‘Hoi, als je toch met die kaart bezig bent, zet je auto dan even netjes neer.’
‘Is niet mijn auto, hoor.’
‘Ja, maar je kunt toch gewoon de auto even goed zetten, je hebt de sleutels in je hand.’
‘Is niet mijn verantwoording.’
‘Oh. Trouwens: kaart doorschuiven mag ook niet.’
‘Is niet mijn verantwoording.’

Het bleef mooi weer in deze mooie wereld – dat wel.