Sail-Out

Westerdokskade, 7e verdieping. Meer Sail HIER.

En daar was ‘ie dan …

… de Gooische Stoomtram, aka de Gooische Moordenaar. Onderdeel van de Vossenjacht voor Solexen.
• ->Deftig stel uit Amsterdam:
‘We hebben hier toch wel wat gemengde gevoelens bij …’
Hoezo?
‘Nou, het vermaak kunnen we begrijpen. Maar wij zijn wel speciaal uit de stad gekomen om een ritje te maken …’

Historie herleeft

A.s. zondag 17 augustus wordt er eenmalig een historische rit georganiseerd van de Gooische stroomtram, ook wel genoemd ‘De Gooische Moordenaar’. De laatste officiële rit door Blaricum was in 1947. Bij het Oranjeweitje zal een halte worden gemaakt. De oude tram komt daar om 12:00 uur aan.

Traditionele Tourtruitjestocht

Vanavond deden zo’n 20 ‘Moekes’ – leden van Moeke Spijkstra Wielerclub – mee aan de traditionele Tourtruitjestocht. Deelnemers dienen te zijn gekleed in een fietstrui ‘met een verhaal’. Kenners zien wellicht tricootjes uit lang vervlogen jaren, van ploegen die allang niet meer bestaan. L’histoire se répète, meurt et renaît.

Nico

‘Toen ik 19 was, ben ik gaan werken bij Garage van Mill, aan de Torenlaan. Echt zo’n dorpsgarage, waar alles kon, iedereen elkaar kende, altijd wel wat was te kletsen. Net zoals de Vossen-garage. Van Mill was een goeie baas. In 1989 is de boel gestopt, er moest worden gesaneerd en daar had Van Mill eigenlijk geen zin meer in. Maar ja, stoppen betekende einde baan daar. Sinds die tijd zit ik in het groen. Ben nou 72. Nog steeds actief, hoor. Mar d’r zijn ‘r wel al veel dood, uit vroeger.’

Garage van Mill in 1971. Nu Wexxs en Blushing.

The Ramblers in Blaercom

Met zanger Ronald Douglas. Volgend jaar bestaat dit jazzorkest100 jaar.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Ook (waar de vrijheid werd afgebroken)

Zwaluwenweg 28: vanmiddag zijn voor dit adres twee Stolpersteine onthuld. 

Baruch Lopes de Leão Laguna werd geboren in Amsterdam op 16 februari 1864 uit het huwelijk van Salom Lopes de Leão Laguna en naaister Sara Marcus Kroese. Vanaf zijn tiende zit hij in het Portugees Israëlitisch jongens Weeshuis Aby Jetomim ( vader der wezen) aan de Jodenbreestraat 89 in Amsterdam dat hem vanwege zijn tekentalent naar het Quellinus stuurt, een befaamde Amsterdamse kunstnijverheidsschool. Hij kan dan decoratieschilder worden. Zijn ambities liggen daar echter niet en na een paar jaar stapt hij over naar de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. Hij wordt kunstschilder. Op 17 maart 1898 trouwt Baruch in Amsterdam met Rose Asscher (Londen 31-5-1872), voorechtelijke dochter van Sophie Moses uit Den Haag en commissionair in diamanten Martinus Asscher uit Amsterdam. Uit het huwelijk van Rose en Baruch wordt in 1899 hun zoon Lodewijk geboren. Rond die tijd verhuist het gezinnetje naar het Gooi. In 1902 wordt in Laren hun tweede zoon geboren Martinus. 

Zij kopen in 1931 voor 8000 gulden van de weduwe Blok-Dijkstra de door de aannemer/timmerman Wieger Kokje gebouwde villa “ Denny Hole” op Zwaluwenweg 26 (nu 28) in Blaricum waar ze de Larense architect H.C. Elzinga een atelier laten bijbouwen. In 1937 verongelukt hun zoon Martijn (motorongeluk). In 1943 worden ze gedwongen hun huis te verkopen aan het NSB gezin Hoekstra. Ze duiken onder en moeten meerdere keren een nieuw onderkomen vinden. Baruchs laatste adres was Pension de Hoeve, Hein Keverweg 1 in Laren. Daar was het hem te druk en hij vertrok weer. Net op tijd want op de laatste dag van die maand wordt daar een inval gedaan. Maar na negen dagen wordt ook hij verraden en aangehouden. Via Kamp Vught werd hij naar Auschwitz gedeporteerd en op 19 november 1943 vermoord.  Rose Lopes de Leão Laguna -Asscher weet nog een korte tijd uit de handen van de nazi’s te blijven. Uiteindelijk werd ook zij op 18 januari 1944 opgepakt en overgebracht naar Amsterdam. Drie weken later, op 11 februari 1944 werd Rose ook in Auschwitz vermoord. Hun zoon Lodewijk (violist) overleefde de oorlog.

Baruch zijn harmonische kleurgebruik en evenwichtige posities trokken ieders aandacht. Zijn werk was enorm populair, maar Baruch had geen behoefte aan bekendheid. Hij exposeerde weinig, mede omdat zijn werk meestal direct werd verkocht. In 1916 kreeg hij voor een van zijn portretten een gouden medaille, uitgereikt door koningin Wilhelmina en in 1921 wederom, dit keer voor een portret van “een jonge violist”. Baruch heeft een groot oeuvre nagelaten. Veruit het meeste werk is in privé-bezit. Maar er hangt werk in het Joods Museum in Amsterdam en in het Singer te Laren.    

Bron: Ron van den Berg:”1942: Blaricum, haar joodse inwoners en hoe het hen verging.”

Toen en nu

Binnendoor – achterzijde Raadhuisstraat – Middenweg ••• 1931 en 2025.

Burgemeester ontsteekt Bevrijdingsvuur …

… dat door vier lopers/dorpsgenoten vannacht is opgehaald in Wageningen en (gesteund door de Rollybus) door hen naar Blaricum is gebracht. Als waardering kregen zij een miniatuur-korenbloem op voet. Het ‘Nu een paar uur slapen’ is ze van harte gegund.